Wat te doen met een Koningswup? Je kunt ‘m in de vuilnisbak gooien en daar flink republikeins bij kijken. Maar dat is een vorm van heldendom die me niet helemaal overtuigt. En dus ligt de wup nu al een poosje zomaar op tafel en staart me aan. Ik staar stoïcijns terug, maar langzaam welt een vraag in me op naar de wereld achter deze wup.
Gesmoorde kreet
Wie zou hem bijvoorbeeld ontworpen hebben? Er doemt een beeld op van een onaanzienlijk bedrijfsgebouw op een morsig industrieterrein aan de rand van een middelgrote stad waar vreemden weinig te zoeken hebben. Het is half vier in de middag en uit kamer L.08 klinkt een gesmoorde kreet. Die klinkt niet alleen omdat de kamerhouder zijn Cup-a-Soup heeft omgestoten, maar vooral omdat hij net een promotiespeeltje heeft bedacht dat wel eens een rage kon worden, een donzig wezentje dat later Wuppie zou gaan heten.
Even later zie ik grote Audi’s over snelwegen zoeven, op weg naar directiekamers met glanzende vergadertafels. Daar schuiven belangrijke types bij elkaar aan om deals af te sluiten. Een attachékoffer klapt open – de eerste Wuppie presenteert zich aan de markt. Een uur later worden er dure handtekeningen gekrabbeld. Eén belangrijk type belt zijn vrouw. “Het is rond,” zegt hij, “reserveer maar ergens een mooie tafel om het te vieren.”
Weepul
Tot dusver de verbeelding. In feite is het pluisje in de jaren zeventig als Weepul ter wereld gekomen in Amerika, waar het een rageartikel werd, zo leren we van Wikipedia. Een Nederlands promotiebedrijf pikte het op en bracht het in Nederland aan de man via Vader Abraham. Hier ging het ding Wuppie heten, volgens de overlevering kort voor Word Unique Promotional Product Identity & Emotion. AH reanimeerde het ding in 2006 naar aanleiding van het Wereldkampioenschap Voetbal en overspoelde het land toen met vijftien miljoen Wuppies. De fabrikant ervan wist het product ook nog aan 25 andere landen te slijten.
De huidige Koningswup komt van het bedrijf Canenco uit Alphen aan den Rijn. Zoek het op via Google Street View en u ziet een onaanzienlijk bedrijfsgebouw op een morsig industrieterrein aan de rand van een middelgrote stad waar vreemden weinig te zoeken hebben.






