Herinneringen aan Romario

De kleinste zwembroekjes die je ooit zag, vind je op het strand van Rio de Janeiro. Afgetrainde jongens in minuscule stukjes stof spelen een potje voetvolley. De zon blakert de lijven. Er staat een donkere jongen tussen. Hij draagt als enige een bermuda, een wat zakkig model. Hoewel hij de kleinste is, gaat de aandacht van de kijker onmiddellijk naar hem, nog voor je weet wie hij eigenlijk is.

Die jongen is Romario, de documentaire is van Walter de Wit en de beelden dateren van 1991. Hij is hard op weg weer topscorer van Nederland te worden. Over drie jaar is deze man WK-topscorer en wereldkampioen.
Zijn Nederlands is opvallend goed.
‘Wat betekent Rio de Janeiro voor jou?’
Romario hoeft geen seconde na te denken. ‘Allef.’

Na afloop van het wedstrijdje pakken de jongens hun bezittingen van een stapel. Romario heeft iets in zijn hand. Even denk je dat hij een vroeg model mobiele telefoon bestudeert, maar dan zoomt de camera in.
De topscorer van de PTT Telecomptitie weegt een revolver in de palm van zijn hand.
‘Is mooi, he. Maar ook gevaarlijk.’ Hij lacht, alsof hij een grapje maakt.
‘Romario, wat betekenen goeie vrienden voor je?’
Romario denkt geen seconde na. ‘Ik denk allef.’
‘Zou je ook zo met de spelers van PSV willen zitten?’
‘Fou wel leuk fijn.’

Slapen in Nederland
De Wit mocht destijds overal bij zijn: Romario die een auto koopt voor zijn verloofde, Romario die kerst viert met zijn familie, Romario die cadeaus (PSV-shirts) uitdeelt aan dolgelukkige ooms, Romario op een nachtelijke barbecue.
‘Om te slapen Nederland is beter. Lekker koud daar.’ Hij lacht, alsof hij een grapje maakt. Dit keer doet hij dat ook.
Aan het eind van het filmpje spelen Romario en zijn vrienden weer voetvolley. Dit keer in een soort tl-verlichte loods. Weer zijn er de minuscule zwembroekjes, weer is er die schier eindeloze strijd om de winst.
Uiteindelijk wint Romario de zwaarbevochten 1 tegen 1-wedstrijd. Trots toont hij de bankbiljetten van zijn vrienden – hij heeft de pot gewonnen. Hij danst in het rond, in zijn kleine, bezwete broekje.
Het is 02:00 ’s nachts.
Ik vraag me plotseling af hoe Tim Matavz zijn kerstvakantie heeft doorgebracht.