Graziano Pelle: and the rest is history

Op internet lees ik dat Graziano Pelle in dit seizoensslot bezig is het ene record na het andere te verbreken. Zo is Pelle sinds gisteren de succesvolste buitenlandse voetballer in Feyenoords clubgeschiedenis.

Niet per se een aanbeveling, de succesvolste buitenlander te zijn in de geschiedenis van een voetbalclub die tot ver over de landsgrenzen bekendstaat om een transferpolicy die lange tijd meer deed denken aan een ruimhartig asielbeleid dan aan het runnen van een voetbalclub. Er waren jaren dat iedere halve zool met kicksen en een zaakwaarnemer een meerjarig contract kon tekenen; een geboorteplaats aan de andere kant van de wereld was een pre. De lege geldzakken van de sponsormiljoenen die Feyenoord er in die jaren doorheen joeg, liggen nu op de bodem van de Maas, als de trouwfoto’s na een pijnlijke scheiding. De namen van Jorge Acuna, Tati Montoya, Aurelio Vidmar en Michael Lumb staan nog op de zijkanten gestikt.

Maar de tijden van geld stukslaan op de koppen van half seniele Braziliaanse voetbalschoolhouders met een bonusaanbieding zijn voorbij. Feyenoord is tegenwoordig de sympathiekste club van Nederland. Het is een wonderlijk elftal, Feyenoord, een team met een handvol Rotterdamse pleinvoetballers van twee turven hoog, een uit donker marmer gehouwen Berninibeeld als linksback, een keeper met armen als tuinslangen en de uitstraling van een filiaalmanager van de Blokker, een enkele miskoop uit de provincie en een strompelende, kalende, lijdende oud-international in de verdediging .
En een spits als een, ja, als een wat eigenlijk?

Prada-model tussen de kaasmeisjes
Ik herinner me Graziano Pelle nog goed als spits in Alkmaarse dienst. Een huwelijk uit duizenden natuurlijk, een Prada-model tussen de kaasmeisjes. Een Jong Italië-spits in een elftal vol fris talent.
Het werd een zootje. Alle voorwaarden waren er, behalve 1: Pelle bleek helemaal niet te kunnen voetballen. Zijn gratie transformeerde op het veld van het AFAS Stadion tot de houterigheid van Harris Huizingh in zijn slechtste dagen, zijn aangeboren arrogantie verwelkte en er kwam een soort verwarring voor in de plaats.

Op een kwade dag droeg hij in zijn kapsel, die beroemde glimmend zwarte brillantinecoupe van ‘m, plotseling een diadeem – een modeaccessoire dat sinds de basisschool niet meer op mijn pad was gekomen en dat bevestigde dat Graziano Pelle was wat zijn zinderend slechte voetbalprestaties al hadden doen vermoeden: Graziano Pelle was een achtjarig meisje in het goddelijke lichaam van een cocktailshaker uit Lecce met een fitnessabonnement.

De enige plek waar Graziano Pelle destijds uitblonk, was een Alkmaarse stijldansschool. Ik zag dat helemaal voor me: Graziano in pak, de stropdas strak gestrikt, gilet aan, het plakkende haar geurend naar viooltjes, de schoenen glimmend gepoetst en dan avond aan avond zwieren, met steeds een ander blond meisje over de gelakte vloer van Dansschool Van Opheusden (‘Voor de beginnende en de gevorderde danser!’). Hoe slechter Pelle ging voetballen, des te uitbundigere zwierde hij in mijn fantasie door de Alkmaarse danszalen. Hoe onbeholpener hij de zoveelste kans om zeep hielp, des te gracieuzer zijn paso dobles in mijn hoofd werden.

And the rest is history
De tijden dat Graziano Pelle voetbalde als een meisje van acht zijn voorgoed voorbij. Een jaar geleden lag hij nog op een Spaans strand te bakken – ik stel me voor: een heel klein, donkerblauw zwembroekje, een ingeolied, pepernootbruin lijf en uren met de handen in de zij in de branding staan, geduldig wachtend tot iemand vraagt: ‘Danste u niet ooit bij Dansschool Van Opheusden?’

Ergens op zo’n strand kwam afgelopen zomer een vriendje van de zoon van Ronald Koeman op hem af. Hij vroeg: ‘Wil je niet bij Feyenoord spelen?’
En the rest, zo zal Pelles biograaf ooit het Hoofdstuk der mislukkingen afsluiten, is history.