Het wordt eindelijk mooi weer en dus: Schansspringen met Werner Herzog

De film ‘The Great Ecstacy of the Woodcarver Steiner’ (1974) van Werner Herzog opent met een beeld in slow-motion. Daar zweeft een figuurtje door de ijle lucht. Is het een vogel? Is het een vliegtuig? Is het een BN-er met een aandachttekort en een chronisch gebrek aan trots? Nee. Het is Walter Steiner maar.

De luchtweerstand heeft zijn mond opengewrikt.
Dit openingsbeeld is het visioen dat Leonardo da Vinci moet hebben gehad toen hij droomde van de mens als vogel.
Ik houd van de documentaires van Werner Herzog. Altijd weer is er een camera die registrerend als een satelliet rond de gekte van de protagonist draait.  Altijd gaat het weer om monomanie. Iets zo graag willen dat het zeer gaat doen. Het niet erkennen van de grenzen van het mens-zijn. Hoe vaak ik niet Herzogs documentaire ‘Grizzly Man’ over Timothy Treadwell bekeken heb…

Treadwell, een beer in een mensenlichaam, die zijn leven gaf aan een fictieve vriendschap met een troepje Grizzlyberen in Alaska, die hem na een paar maanden met weinig zalm in de rivier plots niet meer als getikte indringer maar als potentieel diner beschouwden. De scene waarin Herzog de geluidsopnames van Treadwells afschuwelijke dood aan een vriend laat horen, behoort wat mij betreft tot de spannendste uit de geschiedenis van documentairefilm.

Wereldrecords en waaghalzen
‘The Great Ecstacy of the Woodcarver Steiner’ is lang zo spannend niet, maar de film bezit al wel de eerste voortekenen van wat later Herzogs vakmanschap zal blijken te zijn: alles in de documentaire draait om de psychische last van een schansspringer voor wie iedere sprong zijn laatste kan zijn.

De documentaire beschrijft Steiners aanloop naar een sprong in een wedstrijd in Planica. Het is maart 1974 en het skispringen is in de jaren voordien van een sport veranderd in een tijdverdrijf voor waaghalzen met levensmoeheid. Herzog is in de sport geïnteresseerd geraakt dankzij het wereldrecord dat Steiner een jaar eerder in Oberstdorf gesprongen heeft.
Na die recordsprong viel hij.

Eenieder die dit record in de toekomst nog zou proberen te breken, zou onderuit gaan. Vroeg of laat zouden er doden vallen.
Steiner was een van ’s werelds succesvolste skispringers. Wereldkampioen in 1972 en 1977, zilver op de Spelen van ’72. Hier, in Planica, was hij gekomen om zijn eigen records te vernietigen. Om de natuurwetten op de proef te stellen.
Iemand op internet schrijft: ‘Als Walter Steiner niet had bestaan, had Werner Herzog hem moeten verzinnen.’ Die iemand heeft gelijk: Steiners leven is een Herzog-film, niet andersom. De Zwitser is de obsessieve eenling voor wie het doel de middelen heiligt, voor wie ‘nee’ geen antwoord is.

Een leven als film
Herzogs film eindigt met het troebel worden van het beeld. Het zwevende figuurtje wordt langzaam door het eindeloze wit van de sneeuw verzwolgen. Het laatste woord is aan Steiner zelf: ‘Ik zou helemaal alleen op de wereld moeten zijn. Alleen ik, Steiner, en geen ander levend ding. Geen zon, geen cultuur. Alleen ik, naakt op een hoge rots… Dan zou ik tenminste niet meer bang zijn.’
De woorden zijn geschreven door Herzog zelf, een subtiele manipulatie van de werkelijkheid. Het geeft niet: het leven van Walter Steiner was toch al een Herzog-film.