Met Tommy Wieringa lachen om Himmler

Ik heb Tommy Wieringa één keer gesproken. Dat is geen wonder, de literaire wereld is klein en onze uitgevers bevinden zich onder één dak. Ik ben eens aan hem voorgesteld, maar nog voor we iets konden zeggen, werd hij alweer aan zijn jasje getrokken.

Anders had ik hem verteld dat wij elkaar al eens hadden gesproken, best uitgebreid zelfs. In de tijd van Joe Speedboot. Leiden. Interview voor publiek. Ik wilde meer dan toehoorder zijn en had vragen voorbereid, een A4’tje vol. Vragen waarin hij de schrijver moest herkennen, de schrijver tussen de lezers.

Een zaal vol oude mensen
Ik was nerveus en kon me tijdens het vraaggesprek alleen maar concentreren op mijn eigen vragen, de rest van het interview en de interactie met het publiek ging langs me heen. Zelfs de antwoorden die hij gaf op de (twee) vragen die ik stelde. De zaal zat vol met oude mensen. Zonder overdrijven, alleen maar mensen boven de vijftig. Een man vroeg of die vergelijking met Himmler nou echt nodig was. Het leek of hij speciaal was gekomen om die vraag te stellen en of hij zich al heel lang boos maakte over de kwestie en lang op deze avond had gewacht.

In de pauze moesten we daar samen om lachen, de schrijver en ik.

Bijna iedereen had het boek bij zich, maar niemand benutte de pauze om naar hem toe te stappen, alsof je dat niet kan maken. Zoals je voetballers niet lastigvalt in de rust. Maar de schrijver zelf bleef achter in de zaal en maakte geen aanstalten de zaal te verlaten, misschien werd er drinken voor hem gehaald. Ik stapte op hem af en liet hem het boek signeren, waarna we met elkaar spraken. In mijn herinnering duurde dat gesprek de hele pauze.

Wieringa schaamde zich voor zijn debuut
Zijn eerste twee boeken wilde hij het liefst laten verdwijnen. Hij schaamde zich vooral voor zijn debuut, een bekentenis waar ik – met een onopgemerkt debuut in 2010 – mij tot op de dag van vandaag aan vasthoud.

‘Jij schrijft zeker zelf ook?’ vroeg hij.

Ik voelde me tegelijk betrapt als vereerd. Hij zag het, hij herkende het. Hij had ook kunnen weten waar zijn vraag toe zou leiden, maar hij moest toen vast nog veel leren.

‘Wilt u eens iets van me lezen?’ vroeg ik. Het kan ook zijn dat ik hem tutoyeerde, als gelijkgestemden onder elkaar.

Geen reactie
Dat vond hij goed, hij gaf me zijn mailadres. Gewoon zijn voor- en achternaam achter elkaar, apenstaartje, provider.
Hij wist niet hoe lang ik op zijn reactie moest wachten. Drukke tijden.
De volgende dag stuurde ik hem een kort verhaal. Van een reactie kwam het nooit. Ik heb het verhaal kunnen terugvinden en ik hoop maar dat hij het ook nooit heeft gelezen. Dat hij me destijds zelfs afscheepte met een vals mailadres. Maar ik heb geen foutmelding ontvangen, dus ik vrees het ergste.