Ceci n’est pas un column over Philip Cocu en het PSV Vijfjarenplan

Het lijkt er misschien niet op, zo op het eerste gezicht, maar dit is een column over een meisje in de trein.Met een paar omineuze pianotonen – het soort riedeltje dat klinkt als in een horrorfilm een meisje in haar pyjama de keldertrap van een verlaten huis afdaalt – onthaalde de NOS gisteren Philip Cocu als nieuwste Nederlandse trainerskroonprins.

De aanstelling van Cocu is het belangrijkste onderdeel van PSV’s Vijfjarenplan dat vanaf vandaag als Nieuwe Statenvertaling van de Eindhovense Voetbalbijbel geldt. Ik heb een onmetelijk vertrouwen in meerjarenplannen in het voetbal. Er kunnen me niet genoeg beleidsnota’s verschijnen over Hoe Nu Verder, rapporten over Radicale Koerswijzigingen of statuten vol Waterscheidende Vooruitzichten.

In werkelijkheid zijn al die plannen vaak niet meer dan de op prijzig briefpapier opgestelde goede voornemens van een kogelronde slagroomjunk die op 1 januari besluit alleen nog wortels en vruchtensap te consumeren en vier keer per week anderhalf uur (uit zichzelf!) in de sportschool door te brengen.

Voetbal is niet ingericht op langetermijnvisies
Het voetbal is totaal niet ingericht op langetermijnvisies, het is altijd maar de vraag of er überhaupt wel een lange termijn is. Sponsors gaan failliet, stadions storten in, vrijgevige voorzitters blijken hun miljoenen aan malafide waterijssmokkel te danken te hebben, trainers die kroonprinsen werden genoemd zijn toch vooral zonderlingen en spelers breken benen, laten zichzelf voor het leven schorsen of zijn jaren ouder dan in hun paspoort staat.

Om kort te gaan: je bent als voetbalbestuurder al lang blij als de club draait, er iedere week weer elf met hetzelfde shirt op het veld staan en er geen pelotons opgewonden supporters in je tuin staan om te vragen of je gehecht bent aan je duizenden euro’s kostende koikarpers.
De lange termijn, dat komt later wel.

Aad
Het is louter en alleen aan de menselijke behoefte aan orde en regelmaat te danken dat er toch in stadions overal te lande om de haverklap een toekomstvisie wordt gepresenteerd met een aplomb dat doet vermoeden dat men vergeten is wat er met de vorige zeven toekomstvisies is gebeurd (A. In de shredder, B. Niet uitgevoerd wegens interne onenigheid, C. Gewoon vergeten, D. Een combinatie van die drie). Laat dus maar komen, die komende vijf jaar PSV.

De NOS had Aad de Mos verzocht om tips voor de nieuwe hoofdtrainer.
Aad had een zonnebril op zijn kuif.
Hij had nog wel wat tips.
Wat mij betreft een onderschat format waarvan best dagelijks gebruik gemaakt kan worden: Aad de Mos Geeft Tips.

Luchtkastelen
Maar dit mocht geen column worden over Philip Cocu en het PSV Vijfjarenplan. Meer dan dat mijn vertrouwen in de Eindhovense toekomst geen grenzen kent, dat ik me verheug op al die zaken die we de komende vijf jaar van dorre toekomstplannetjes op papier zullen zien materialiseren tot keiharde werkelijkheid, dat ik niet kan wachten op die luchtkastelen die met wat cement en een zootje stenen in de echte wereld worden neergeplant, meer dan dat heb ik er eigenlijk niet over te zeggen.
Nee, ik wil het hebben over gisteren. Een wat verloren zondag was het.

Een kampioene in de trein
Ik zat in de trein. Alleen. Nou ja, met een boek. Ik reisde van Amsterdam naar Den Haag en terwijl ter hoogte van Schiphol de trein leegstroomde met rillende Italianen in korte broek die op een holletje hun designkoffers richting de warmte van Milano Malpensa begonnen te duwen, kwam een meisje op de bank naast mij zitten.
Het was een sporter. Ze droeg een jas van de Koninklijke Nederlandse Wielerunie en ze sleepte een triatlontas achter zich aan als een gevangene zijn loden bal.
In haar rechterhand hield ze een bos bloemen.
Waarschijnlijk een kampioene.

Ik stelde me voor hoe zij, ergens in Mexico of Korea of op de Seychellen, een internationale triatlon op haar naam geschreven had. Hoe de speaker haar oerhollandse naam verbasterd had tot een soort regionaal gerecht met tofu en geitenballen.
Hoe ze hijgend had gelachen naar de fotografen die haar vroegen even op haar medaille te bijten. Hoe ze zich even het middelpunt van de wereld had gewaand.

Vijfjarenplan
En nu zat ze hier, in de tweede klas. Het overwinningsboeket lag naast haar, het plastic kraakte zacht op het ritmische gebonk van de trein. Het meisje bestudeerde haar iPhone, tikte met de rotvaart van de geoefende topsporter een paar berichtjes en deed haar oordoppen in.
De coupe vulde zich met gesmoorde trance.
Het meisje keek naar buiten, waar het ieder moment kon gaan regenen.
De trein reed langs Nieuw-Vennep, Sassenheim. Eindeloze kassenrijen.
Een land als een dubbeltje. Plat en niet duur.

De wereld draaide niet langer om haar. Misschien dacht ze aan haar eigen vijfjarenplan, aan alle keren dat ze nog zo in de trein zou zitten, in een gesponsord trainingspak en een rap verdwijnend gevoel van onoverwinnelijkheid.
In Leiden stapte ze uit. Ik zag haar over het perron lopen, het boeket als een trofee voor zich uit. Niemand keek om.