Gedrag van Weekers is funest voor het vertrouwen in de politiek

Het was anders, vroeger. “Ik neem mijn politieke verantwoordelijkheid en treed af”, klonk er wel eens in de Tweede Kamer, ergens diep in de nacht na een debat, dat eigenlijk geen debat was maar een opvoering van ingestudeerde kritieken.

Een regeringspartij kon ook nog wel eens een bewindspersoon van een coalitiegenoot laten vallen. Zo viel het tweede kabinet van Balkenende (CDA-VVD-D66), nadat een motie van wantrouwen tegen minister Rita Verdonk níet was aangenomen door de Kamer, maar wél was gesteund door regeringspartij D66.

Staart tussen de benen
Tegenwoordig gaat het anders. Falende ministers en staatssecretarissen komen met hun staart tussen de benen naar de Kamer. In feite kunnen ze fier rechtop lopen, want steun van hun eigen achterban en coalitiepartner lijken ze niet te kunnen verliezen.

Zo ging het bij Fred Teeven, staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Hij gaf vooraf aan alleen te willen doorgaan bij een forse steun uit de Kamer. Vooruit, de steun was ruim te noemen (98 stemmen voor – coalitie, PVV en ‘kleintjes’ SGP en 50Plus versus 48 tegen), maar twijfels over zijn optreden waren bepaald niet weggenomen. Desondanks verkoos Teeven “optreden” boven “aftreden”.

Dinsdag was het de beurt aan Frans Weekers. De liberale Limburger werd opgewacht door hongerige wolven uit de oppositie. Het zou wel eens bijltjesdag kunnen worden (Hoewel uw scribent reeds vorige week vermoedde dat de staatssecretaris ‘gewoon’ steun van VVD en PvdA zou houden).

Funest voor vertrouwen in de politiek
Weekers heeft gefaald. Zo veel is wel duidelijk geworden. Natuurlijk is het beleid dat gevoerd wordt niet louter zijn schuld. Daar heeft de Tweede Kamer (met vorige regeringen) zelf ook een grote hand in gehad. Maar de communicatie rondom de Bulgarenfraude was ronduit belabberd. Een te late brief terwijl er wel een televisieoptreden was gepland, een uitgesteld debat, en zeer twijfelachtige waarheid die de staatssecretaris sprak over het al dan niet tijdig weten van de fraudemogelijkheden.

Frans Weekers had hier zijn politieke verantwoordelijkheid kunnen nemen. Dat deed hij niet. De vraag die rest is: hoe groot is nog het vertrouwen in de politiek als geheel? Immers, het vertrouwen in de politiek van de Nederlander is al jaren tot een nulpunt gedaald. Er zijn talloze voorbeelden van schaamteloze zelfverrijking, blunders en doofpotaffaires. En dan is er nu als kers op de schandalentaart ons aller Frans Weekers. Hij draait eigenhandig het laatste vertrouwen in de politiek de nek om.

Download de gratis app van Tablisto om ons maandblad op uw tablet te lezen
Volg HP/ De Tijd en Pieter Yspeert op Twitter
Volg HP/ De Tijd op Facebook