Rij
Het is zaterdagmiddag en de rij voor Abercrombie & Fitch bestaat uit twee delen. Voor de winkel staat een rij. En op de brug over de gracht staat ook nog een rij. De mensen kijken hoopvol. De mensen waarvan ik niet weet of ze hoopvol kijken hebben hun ogen bedekt met grote zonnebrillen. Knappe meisjes bellen druk met hun vriendinnen dat ze al in de rij staan. Dat de rij lang is. Dat de vriendinnen hoe dan ook moeten opschieten. Af en toe komen er mensen met veel tassen naar buiten. Heel af en toe mogen er dan nieuwe mensen naar binnen.
Omdat ik een cool kid ben, ben ik eigenlijk gewend overal op de gastenlijst te staan. Ik probeer te flirten met de jongen aan de deur. Zijn lichaam is niet ontbloot. Hij knipoogt naar me, maar ik mag niet eerder naar binnen. Mensen die voorbij lopen en de winkel niet kennen trekken verbaasde gezichten. De meesten sluiten achteraan aan in de rij.‘Enjoy, darling’, zegt de jongen tegen me als hij me binnenlaat.
Kleine maten
Binnen is het donker. Het ruikt er naar zware parfum. De muziek staat hard en de meisjes die in de winkel werken, maken verveelde danspasjes. Dat moet waarschijnlijk van hun baas, Mike Jeffries. Mike Jeffries wil dat alleen cool kids zijn kleding dragen. Cool kids, zoals de meisjes die hij heeft aangenomen, en cool kids zoals ik. Mike wil geen mensen met grote maten in zijn kleding.
Abercrombie & Fitch gaat maar tot maat L. Ik ben cool, dus ik heb maat S. Ik bekijk de kleding. Misschien heb ik het allemaal niet zo goed kunnen zien omdat het er zo donker was, maar ik vond er weinig cools tussen zitten. En maat S in de echte wereld is maat L bij Abercrombie & Fitch, zo leek het. Maar nogmaals: misschien heb ik het allemaal niet goed gezien. Ik viel ook nog bijna twee keer van de trap omdat ik een tree miste in de duisternis, maar dat is een ander verhaal.
Ik heb niets aangeschaft. Misschien ben ik toch niet zo cool als ik ben. Toch ga ik binnenkort weer even terug. Om deze reden:






