Vriendjespolitiek op het Eurovisie Songfestival: de feiten

Vanavond vertegenwoordigt Anouk voor het eerst in negen jaar Nederland weer eens in de finale van het Eurovisie Songfestival, met haar lied ‘Birds’.

Veel langer dan onze afwezigheid in de finale is er kritiek op de puntentelling van het Songfestival. Enerzijds zouden omvangrijke migrantengroepen (zoals met name de Turken) massaal op het thuisland stemmen, anderzijds zouden de Balkanlanden en de voormalige Sovjetstaten elkaar steevast punten toestoppen. Dat zou het voor westerse landen bijna onmogelijk maken om te winnen. Bovendien kon het toch geen toeval zijn dat het Verenigd Koninkrijk in 2003, zo kort na de Irak-oorlog, eindigde op ‘nul points’? En hoe logisch is het dat afgelopen dinsdag alle zes de voormalige Sovjet-staten doordrongen tot de finale, en afgelopen donderdag alle drie de Kaukasuslanden?

Blokvorming zelden doorslaggevend
Overigens is de kritiek wat eenzijdig. Dat met name noordelijke landen (de afgelopen vijftien jaar) en Ierland (jaren negentig) het desondanks wel erg goed presteerden, blijft vaak onvermeld.

Wetenschappers doen al jarenlang onderzoek naar mogelijke vriendjespolitiek en blokvorming op het Eurovisie Songfestival, gebruikmakend van de meest geavanceerde technieken om netwerken in kaart te brengen en om de toekenning van punten te verklaren. Er is inderdaad duidelijk sprake van blokvorming, maar dat is tussen 1975 en 2006 slechts tweemaal doorslaggevend geweest voor de overwinning (in 2003 en in mindere mate in 2005).

Op basis van de literatuur kunnen we drie tips opstellen van institutionele aanpassingen die Nederland zou moeten afdwingen om ook structureel uitzicht te houden op wat meer succes bij het Eurovisie Songfestival.

Tip 1: Nederland moet zich inwerken in het Viking-verbond
Er zijn talloze netwerkanalyses losgelaten op het Songfestival, op basis van uitruil of parallelle stempatronen. Steevast vonden onderzoekers bewijs voor kliekjes, combinaties of zelfs blokken van landen die op elkaar stemmen. Tot halverwege de jaren negentig waren er drie grote blokken in constellatie waardoor het Westen eigenlijk decennialang domineerde.

Het Balkan-blok en het Viking-verbond
Sinds de jaren negentig werden verschillende verbonden zichtbaar. Met name belangrijk was de opkomst van het Balkan-blok tussen 2001 en 2005 (met Slovenië, Kroatië, Bulgarije, Turkije, Servië, Roemenie, Griekenland, Albanië, Cyprus en Macedonië) en het Viking-verbond sinds de tweede helft van de jaren negentig (met IJsland, Noorwegen, Zweden, Denemarken, Finland, Estland, Letland en Litouwen). Daarnaast zijn er nog kleinere blokken (Polen-Rusland-Oekraïne; Spanje-Andorra; Nederland-België).

De vanzelfsprekende steun binnen het eigen blok zou tot 2005 alleen in 2003 (Turkije i.p.v. België) en 2005 (Griekenland i.p.v. Malta) bepalend geweest zijn voor de uitslag. En zelfs dat lijkt, gegeven de analyse, nog een overschatting.

In andere jaren (1999, 2002) was er grote eenheid onder het Viking-verbond, maar was deze niet doorslaggevend. Bij een goed (kansrijk?) lied blijken de landen uit het eigen blok simpelweg veel punten te geven. Is dat vriendjespolitiek of smaak?

België werd slachtoffer blokvorming
Dat België in 2003 de overwinning daadwerkelijk is misgelopen door blokvorming, is zeer waarschijnlijk. Nederland maar ook België doen er dus verstandig aan zich in te werken in het Viking-verbond, om zo meer kans te maken op een overwinning. In tegenstelling tot het Balkan-blok (10 landen) is in het Viking-verbond (8 landen) nog uitbreiding mogelijk: meer dan 10 landen maakt een coalitie minder stabiel doordat per land slechts 10 punten te vergeven zijn. Dit jaar zagen we inderdaad dat alle voormalige lidstaten van Joegoslavië al in de halve finales werden uitgeschakeld.

Tip 2: Eis regionale voorrondes of evenredige vertegenwoordiging in stemprocedure
Maar kunnen Nederland en België wel tot zo’n blok toetreden? Er is dus inderdaad blokvorming, maar wat betekent dat? Worden er politieke spelletjes gespeeld, is er vriendjespolitiek, of is er gewoonweg sprake van een gedeelde (muziek)smaak?

Volgens een analyse uit 2006 van onder anderen UvA-collega (sociaal-psycholoog en politicoloog) Bertjan Doosje is er sprake van een uitruil. Nationale jury’s kregen meer punten van landen waar ze zelf in de voorgaande vijf jaar ook aan hadden gegeven, en gaven meer punten aan landen waar ze zelf in de voorgaande vijf jaar meer van hadden gekregen. Dit maakt een tit-for-tat strategie waarschijnlijker, maar is niet noodzakelijk bewijs. Hetzelfde zou je immers ook verwachten als er simpelweg een gedeelde muzieksmaak zou zijn.

Meer bewijs voor tit-for-tat strategie?
De auteurs vinden echter meer bewijs: het tit-for-tat gedrag is sterker in landen met een collectivistische cultuur en in relatief arme landen. En toch lijkt ook dat onvoldoende bewijs. De auteurs hadden moeten toetsen in hoeverre punten die een land in de volgende vijf jaar krijgt, samenhangen met de punten die een jury op dit moment geeft. Als er echt sprake is van tit-for-tat zou die samenhang niet bestaan, of op zijn minst relatief zwak moeten zijn.

Het onderzoek van de Brusselse onderzoekers Ginsburgh en Noury gaat daar tegenin. Volgens hen is er geen significant effect van het uitruilen van stemmen, zodra je rekening houdt met culturele en taalkundige overeenkomsten tussen landen. De belangrijkste verklaring voor succes blijft volgens hen, met afstand, de kwaliteit van de zanger. Probleem echter is dat die studie de kwaliteit van zangers niet direct meet, maar via een maat die zelfs wat (vriendjes)politieke elementen kan omvatten. Er lijkt dus een serieus risico van statistisch overcontroleren.

De Groningse econome Spierdijk en de Twentse wiskundige Vellekoop bereiken een genuanceerd standpunt in een gedetailleerde studie. Ze stellen dat het blok-stemmen weliswaar grotendeels wordt verklaard door culturele, linguïstische, religieuze en etnische overeenkomsten, maar dat in verscheidene landen daarnaast toch ook nog op basis van geografische nabijheid wordt gestemd. De verdachtmaking van vriendjespolitiek kan dus voor sommige landen kloppen. Maar tegelijkertijd is die vriendjespolitiek op geaggregeerd niveau nauwelijks van belang, en verwerpen de auteurs de beschuldiging van grootschalige blokvorming.

Negatieve consequenties voor Nederland
Maar zelfs blokmatig stemmen op basis van culturele overeenkomstigheid in plaats van kwaliteit heeft voor Nederland negatieve consequenties. Ten eerste sluit de Nederlandse muzieksmaak en -stijl (Toppers, 3Js, Sieneke) niet echt aan bij die van omringende landen, in tegenstelling tot de gedeelde hits op de Balkan. Ten tweede zijn de omringende landen hier nogal groot (Duitsland, Frankrijk, VK), wat ons bepaald niet helpt omdat hun stem even zwaar telt als die van de kleintjes op de Balkan.

Het Eurovisie Songfestival organiseert feitelijk regionale voorrondes van de optredende landen (dinsdag met oud-Joegoslavië, de westelijke voormalige Sovjetstaten, en België/Nederland; donderdag met de Kaukasus, de zuidoostelijke Balkan, en de Noordse landen). Dat is vreemd; het werkt alleen maar in het voordeel van (grotere) stemblokken. Het is voor Nederland gunstiger om in te zetten op meer evenredige vertegenwoordiging (naar bevolkingsgrootte).

Het huidige systeem lijkt te veel op het kiesstelsel van de Amerikaanse senaat, waar elke staat ongeacht het inwonertal evenveel senatoren heeft, en daardoor bijvoorbeeld zelfs populaire wapenwetgeving niet hoeft te slagen.

Tip 3. Een expertjury is minder gevoelig voor blokvorming
Maakt het dan nog uit of er wordt gestemd door een expertjury of door tele-voting door het algemene publiek? De publieke wijsheid is dat vriendjespolitiek vooral is toegenomen door tele-voting, waardoor bijvoorbeeld migrantengroepen massaal konden stemmen op het thuisland (zoals de Turkse minderheid in Duitsland). Hierover is weinig bekend.

Maar wat we wel weten, is dat expertjury’s op het songfestival minder worden beïnvloed door random elementen die niets te maken hebben met kwaliteit, zoals de volgorde van de optredens (hoe later, hoe beter). Maar dat neemt niet weg, dat ook expertjury’s wel degelijk door dergelijke zaken worden beïnvloed.

Advies voor Nederland
Het advies voor Nederland is tamelijk evident: zet in op een grotere rol voor de expertjury. Die is in de toekenning van punten in elk geval minder gevoelig voor externe factoren, dus mogelijk ook voor vriendjespolitiek of culturele overeenkomsten.

Wellicht de belangrijkste bevinding is echter de lol die moleculair genetici, musicologen, sociaal-psychologen, economen, politicologen en sociologen er de laatste jaren aan beleven om hun meest geavanceerde statistische tools los te laten op de douze points.

Dit artikel verscheen eerder op Stuk Rood Vlees, het blog dat de actualiteit duidt met inzichten uit politiek-wetenschappelijk onderzoek.

Tom van der Meer