Arjen Robben: ‘Als ik zaterdag scoor, hoef ik nooit meer op de bank te zitten’

Die krantenkop, ‘Van egoïst tot teamspeler’, ik snap niet waar ze die onzin vandaan halen. Ik ben niet veranderd. Die lui die dat schrijven kennen mij niet, en snappen voetbal evenmin. Op het veld hoort egoïsme erbij. Daar komen toch doelpunten van, of niet soms?

Die 89e minuut, pff, de seconden daarna beleefde ik in een roes. Dankzij mij is Bayern onsterfelijk, dat besef druppelde langzaam binnen. Eindelijk, eindelijk, een last van mijn schouders. Ik was zo klaar met al dat geklaag, ja natuurlijk is het klote dat ik vorig jaar in de Champions League-finale de penalty miste en dat bij het afgelopen WK de teen van Casillas in de weg zat, dat had ik zelf ook liever anders gezien, maar het heeft me wel gesterkt om juist dit doelpunt te maken. Zaterdag heb ik de wereld laten zien dat ik in topvorm ben. Einde van het bankzitten, lijkt me.

Drie dagen feesten, dat was ik van plan. Zaterdag gingen we tot zeven uur ’s ochtends door, maar zondagavond lag ik eraf. Om tien uur viel ik op de bank in slaap, dan merk ik wel dat ik ouder begin te worden, zeg, sjongejonge.

Zaterdag wil ik überfit zijn, we willen de triple, dat heeft een Duits elftal nog nooit gepresteerd. En daarna maar eens nadenken over een transfer. Of niet. Als ik zaterdag nog een keer scoor, heb ik echt iets te eisen bij de nieuwe trainer Josep Guardiola.

Schrijfster Carlijn Vis kruipt wekelijks ‘in de huid van’ iemand die in het nieuws is. Deze week Arjen Robben naar aanleiding van zijn doelpunt in de 89e minuut scoorde, waardoor Bayern München de finale van de Champions League won.