Nee, ik kijk niet uit naar het spektakel van het EK Onder-21

Ik kreeg een mailtje, van een vriend. Of het niet leuk was om met een groep vrienden Nederland – Duitsland te kijken. Het zou een spektakel worden.

Waarom wist ik niet dat Nederland tegen Duitsland speelde? Hoe kon dat? Had ik mijzelf hier onbewust voor afgesloten, omdat mijn dokter me op een strikt Louis van Gaal-rantsoen heeft gezet (Al begint het wereldcomplot om mij pootje te haken zorgelijke vormen aan te nemen)?

Overdosis
Kwam het door het einde van het voetbalseizoen, een overdosis spannende ontknopingen en ongelooflijke goals die mijn geest niet meer kon verwerken, waardoor mijn voetbalhoofd nu begon over te lopen als een espressokopje onder een ouderwets koffiezetapparaat? Waren het mijn voorbereidingen voor de Tour de France, in het kader waarvan ik nu al twee weken in een zuurstoftent sliep en het wielernieuws intraveneus kreeg toegediend door een gynaecoloog voor wie de Eed van Hippocrates evenveel betekent als mijn belofte aan mijn vriendin het nieuwe douchewandje na iedere douchebeurt droog te vegen om te voorkomen dat er kalk in komt (op het moment dat je het zweert, geloof je jezelf echt, terwijl: je kent jezelf toch?)?

Had ik gewoon geen zin in die optocht van steeds weer nieuwe, frisse, opgewekte, talentvolle Oranje-debutanten wier geboortedata inmiddels zo ver van de mijne verwijderd zijn dat ik me langzamerhand zorgen begin te maken of ik er überhaupt ooit nog tussenkom?

Live op SBS
Neeneenee, suste de vriend. Het ging hier om Jong Nederland tegen Jong Ajax. Het grote EK, waar de hele natie al maanden in gespannen afwachting naartoe leefde.

En toen werd ik driftig.

Het gebeurt me bijna nooit meer: dopinggevallen, supportersrellen, schwalbes, matchfixing, middelvingers, spugen, krabben, bijten; de verwording van de sport kan ik met droge ogen aanzien. Maar de commercie, in al haar lelijkheid, met weer een nieuw, walgelijk plan; nee.
Live op SBS, paaide de vriend.

‘Live op SBS?!’ gilde ik, niet helemaal meer mezelf. ‘Met Hans Kraay Junior zeker?! Die krokante oelewapper met z’n glijerige gezanik, die te ver doorbakken, gepermanente postiljon d’amour van de kijker, dat afgekeurde handdoekenrekje in dat patjepeeërkostuum van de markt? Met die Hans Kraay Junior?!
De vriend dacht van wel.

‘En dan kijken naar een “Oranje” vol spelers over ik dan over vijf jaar weer moet lezen dat ze te vroeg naar het buitenland zijn vertrokken, dat ze liever opnieuw waren begonnen, dat ze nooit een echte kans hebben gehad bij Atletico Huppeldepup maar dat ze niet wrokkig terugkijken, want dat je de tijd niet terug kunt draaien en dat ze gezond zijn en dat dat toch zo belangrijk is, maar dat ze wel eens op de televisie kijken naar die en die en dat ze dan denken: toen, op dat EK in Israël was die en die geen haar beter dan ik, en moet je nou eens kijken!

Luis Vuitton-tasjes in de kleedkamer
Wil je dat ik naar zo’n Oranje ga kijken? Naar een elftal dat geleid wordt door een man die Cor Pot heet en die Louis Vuitton-tasjes in de kleedkamer niet nodig vindt, omdat hij zelf een leven lang zijn voetbalschoenen heeft vervoerd in een oude plastic tas van de Blokker? Naar een toernooi dat geen enkele waarde vertegenwoordigt, anders dan de commerciële waarde die er nu eenmaal altijd zit door het bij iedereen altijd latent aanwezige chauvinisme op een zieke manier aan te moedigen, zodat er weer veel oranjebarbecues, oranjehoedjes en oranje kipvingers over de toonbank gaan?

Naar een paar wedstrijden die Maher en Clasie en hoe al die gassies ook heten zo zullen uitputten dat ze er volgend seizoen de helft van de tijd naast staan met een spierblessure? Naar een toernooi in een land waarvan wij allemaal weten dat het zich schuldig maakt aan alles wat, nou ja… Daar wil jij gezellig samen naar gaan kijken?’

Maar mijn vriend had al opgehangen.
Zoals ik dus zei: ik ben dezer dagen niet helemaal mezelf.