Die ‘veilige’ obligatiemarkt bestaat niet (lang) meer

Op deze plaats schreef ik al eerder over de gevaren van de obligatiemarkt. Voor veel beleggers die het met aandelen niet aandurven zijn obligaties een veronderstelde veilige haven.

Grosso modo komen ze op dit moment in vier soorten:

  1. staatsobligaties van ‘veilige’ landen zoals Nederland en Duitsland
  2. staatsobligaties van ‘onveilige’ landen zoals Spanje en Portugal
  3. bedrijfsobligaties van ‘veilige’ bedrijven zoals IBM, GE
  4. bedrijfsobligaties van ‘onveilige’ bedrijven zoals KPN

Het verschil tussen veilig en onveilig komt tot uitdrukking in de te vergoeden rente, bij kortlopend papier van Nederland is die zelfs negatief.

In het algemeen kun je zeggen dat rentes op obligaties historisch laag zijn en dat is vooral het gevolg van de geldpersen die in de VS, Europa en inmiddels ook in Japan draaien. Er is heel veel geld dat moet zich een weg banen.

Als de met 1 tot 2 procent is, dan heeft een stijging met een kwart procent een enorme impact op de (beurs)waarde van de onderliggende obligatie. De rekensom is simpel: als een obligatie van € 1.000,- tegen 2 procent jaarlijks € 20,- rente oplevert, dan zou je bij een stijging van de rente tot 2,25 procent dus € 22,50 per € 1.000,- moeten ontvangen. Dat maakt die obligatie van € 1.000,- nog maar ca. € 890,- waard als u hem voortijdig – dat wil zeggen: voor de aflossingsdatum – wilt verkopen.

In dit rekenvoorbeeld ga ik uit van een rente van 2 procent die stijgt naar 2,25 procent. ga ik uit van een rente van 1 procent die stijgt naar 1,25 procent, dan is de ramp nog groter omdat de relatieve stijging van de rente groter is.

Inmiddels lopen de rentes wereldwijd op, zelfs Duitsland moest recent meer betalen. Weliswaar fractioneel maar op de obligatiemarkt kan het heel veel uitmaken. Als u kunt wachten op de aflossing door het land, dan raakt het u niet. Uw verlies is dan een papieren verlies, het uitgevende land of bedrijf zal tegen de einddatum toch nominaal moeten aflossen. Maar als u om welke reden dan ook tussentijds uw beleggingsportefeuille liquide moet maken, dan is de kans dat u tegen een fors verlies aanloopt groot. Dat kan ook al zo zijn als u met effectenkrediet werkt. Uw bank zal u vragen bij te storten, ook bij ongerealiseerde verliezen.