Stef Clement en de ontnuchtering van Jack van Gelder

‘Ik steek alleen voor mijzelf mijn hand in het vuur. Want ik weet alleen van mezelf zeker wat ik doe.’ Stef Clement, 3 juni 2013. Soms, heel soms, vaak juist op het moment dat je de hoop al hebt opgegeven dat er ooit nog eens een renner opstaat die erin slaagt zijn sport met een heldere, eerlijke blik te beschouwen, is daar opeens Stef Clement.

 

Een openstaand keukenraampje
Stef Clement is voor wielerjournalisten wat een openstaand keukenraampje voor een passerende inbreker is: hij volgt niet slaafs de door een verveelde journalist uitgezette vraag- en antwoord-route, hij trekt zijn antwoorden niet rechtstreeks uit de antwoordenthuisbakmachine, maar luistert naar de vraag, denkt na en formuleert zinnen die de moeite van het beluisteren meer dan waard zijn.

Het is niet eenvoudig een onafhankelijke geest te blijven in een wereld vol eenvormigheid. Het is misschien zelfs helemaal niet zo slim om zelf na te denken, als topsporter. Zelf nadenken kost maar energie en die energie kun je beter besteden. In de tijd dat Stef zijn denkbeelden over de wereld bij elkaar ligt te prakkiseren, liggen Froome en Contador te denken over koersstrategieën in plaats van over ethische problematiek. Of ze slapen, ze slapen de verkwikkende slaap der onnozelen.
Tip 1 voor wie de Tour wil winnen: stop op tijd met nadenken.

Dopinggeile journalistiek
Voor Stef Clement komt deze tip te laat. Hij is ooit met nadenken begonnen en de kans dat hij daar ooit nog mee ophoudt, is even groot als de kans dat hij ooit nog de Tour de France wint. Gisteravond was Stef telefonisch te gast in NOS Langs de Lijn. In de studio zat Jack van Gelder, die door de redactie was verzocht er nog even een wielerdopingonderwerpje doorheen te jassen.

Aan de verbijstering van Jack kon je goed merken wat er al jaren mis is in het voetbal: zijn door perschefs, nietszeggende spelers en – toegegeven – vele uren zonnebank gefrituurde brein kwam slechts met de grootst mogelijke moeite op gang. Terwijl Stef aan een welbespraakte verhandeling over de dopinggeile journalistiek begon, hoorde je hoe Jacks hersenen stram en voorzichtig in beweging kwamen, als het lichaam van iemand die na dertig sportloze jaren een rondje gaat hardlopen. Het was overduidelijk lang geleden dat hij zo op z’n qui vive had moeten zijn, dat hij door een gesprekspartner zo werd uitgedaagd – en het weerwoord dat Clement hem bood, kende hij vermoedelijk alleen uit de theorieboeken.

Voorgeproduceerd nonsensinterviewtje
Het viel op hoe het opviel: hoe Stef Clement een zoveelste voorgeproduceerd nonsensinterviewtje eigenhandig omzette in een volwassen gesprek over mediawetten, wielerethiek en pelotonroddel. ‘Ik ben geen wielerjournalist, ik heb dit ook maar uit de tweede hand,’ stamelde Jack, terwijl Stef gehakt maakte van het opportunistische karakter van zijn telefoontje.

Aanleiding was namelijk een positief dopinggeval uit de Giro d’Italia, waar Clement zojuist drie weken als een gladiator doorheen geglibberd was. De stupide Italiaan Mauro Santambrogio reed daar – na jaren van armzalige uitslagen – plotseling naar boven met een kwiekheid van een dronken puber op een scootmobiel. Eerder al was Santambrogio’s kopman, Danilo Di Luca, betrapt op epo-gebruik, voor de vierde keer in een loopbaan zelfs, wat toch op de een of andere manier een achterlijkheidsrecord moet betekenen. Dat Santambrogio – winnaar van de koninginnenrit en negende in het eindklassement – hier op drie hardgekookte eieren en een dubbele espresso had rondgereden, geloofde niemand, ook niet in het peloton.

Stef noemde de actie van Santambrogio ‘de stommiteit van de individuele imbeciel’, om duidelijk te maken dat er van georganiseerd bedrog geen sprake (meer) is. De sport wordt nu gesloopt door halve zolen die de boodschap wel gehoord hebben, maar niet begrepen hebben dat hij ook aan hen was gericht.

Cassius Clay
Het was een verademing. Clement toonde zich oprecht boos, maar tegelijk realistisch: hij maakt immers deel uit van een sport die het zelf heeft verbruid.
Als het interview van gisteravond een bokswedstrijd was, dan was Clement Cassius Clay, die bezig was een debutant door de vloer heen te tremmen. Iedere zin die Van Gelder uitsprak, werd door Clement niet alleen in twijfel getrokken of regelrecht gecorrigeerd, maar bovendien in een groter verband geplaatst: de nonchalante berichtgeving over een nieuwe sponsor voor de Blanco-ploeg toonde aan dat de sport niet op de journalistiek kan vertrouwen. Behalve als er doping in het spel is, dan worden alle zeilen bijgezet.

Terwijl Stef tot slot nog het woord nam voor een oproep om de sjoemelende malloten in het wielrennen niet steeds met contractjes te belonen voor hun gerommel, lag Jack languit op het canvas. Hij sloot af met de zin: ‘Ik ben blij dat je me even ontnuchterd hebt.’
Je zou het iedereen gunnen: een kleine tien minuten gratis ontnuchtering, gewoon door iemand die even langer nadenkt dan nodig is om alleen in leven te blijven.