Het Fyra fiasco: allemaal de schuld van d’Ollanders

De Fyra, een trein die werd doodverklaard nog voor hij afgelopen week finaal is gestorven, zal nooit ofte nimmer als een sierlijke slang door het Belgisch-Nederlandse landschap glijden.

Bloemen noch kransen; requiescat in pace. Als we de Fyra al met een dier kunnen vergelijken, dan misschien nog het best met de eendagsvlieg, bij wie het ei-stadium langer duurt dan het leven, dat – what’s in a name – slechts één dag in beslag neemt: het mannetje sterft ogenblikkelijk na de paring met het vrouwtje, en zij geeft de geest nadat ze binnen het uur haar eitjes heeft gelegd.

Negen jaar ontwikkeling
Ook de Fyra heeft een langer ei-stadium dan leven gekend: in 2004 werden 19 treintoestellen besteld, die negen jaar later na een paar maanden al tot stilstand werden gebracht. Zoals eendagsvliegen geen echte vliegen zijn maar behoren tot de aparte orde van de Ephemeroptera, zo was ook de Fyra nooit wérkelijk een trein, maar iets wat er alleen op leek.

Maar genoeg geweeklaagd: laten we, nu buiten de vogels vrolijk kwinkelieren, niet vergeten dat de Fyra ons ook vreugde heeft gebracht. “Een kort leven, maar tot welzijn van velen,” zo beschrijft de website Natuurinformatie.nl de eendagsvlieg, en wie denkt dat mijn vergelijking met de Fyra hier een stille dood sterft, vergist zich schromelijk.

Gezamenlijk geklaag van Belgen en Nederlanders
Want oh ja, en gewis en zeker: de Fyra heeft Belgen en Nederlanders dichter bij elkaar gebracht dan tijdens het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden ooit het geval is geweest. We konden over de grenzen heen heerlijk weeklagen over een gedeelde ergernis: de inefficiëntie van onze spoorwegen, of die nu NS of NMBS heten. We konden samen zwelgen in nostalgie naar de Beneluxtrein, die we voordien toch maar wat aftands vonden – ikzelf inclusief, maar hoezeer hunkerde ik na één rit met de Fyra niet naar die goeie ouwe trein die ook niet altijd stipt reed, maar net zo vertrouwd was als de fauteuil waarin je je na een lange werkdag nestelt.

En wat, zo vroeg ik me af, zou het droeve lot zijn van die ijzeren rammelkar waarachter een man of vrouw liep die je met de kreet ‘koffie-thee-limonade!’ het onmiskenbare signaal gaf dat je in Nederland was gearriveerd? Zodra de eerste mankementen met de Fyra aan het licht kwamen, werd het woord ‘Amsterdammer’ in Vlaanderen uitgesproken met een klank waar eenzelfde verlangen uit sprak als wanneer hier de rijmwoorden ‘Sylvia Kristel in Emmanuelle’ over de lippen rollen.

Allemaal de schuld van d’Ollanders
Nu de Beneluxtrein zal terugkeren van nooit helemaal weggeweest, is een gedeelde noordelijke en zuidelijke reden tot jammeren verdwenen, maar de Fyra blijft de Belgen niettemin genot bezorgen. Het is, zo klinkt het hier intussen, immers allemaal de schuld van d’Ollanders geweest. “In april 2003 liggen volgens de NMBS zeven offertes van vier constructeurs op tafel”, schreef spoorwegjournalist Herman Welter dinsdag in de Vlaamse krant De Morgen. “Eind 2003 blijft alleen nog de offerte van het Italiaanse AnsaldoBreda met de V250 (Fyra) over. Er valt uiteindelijk niets te kiezen.” De NS kiest voor de goedkoopste constructeur: AnsaldoBreda. Voilà, denkt de Belg bij zichzelf: d’Ollanders hebben weer aan hun centen gedacht, en bedriegt gierigheid niet immer de wijsheid? De Belgen, die zichzelf nog vaak het kleine broertje van de noorderbuur voelen, halen aldus stiekem hun hart op aan de fout die NS heeft gemaakt.

Maandag werd bekend dat Bert Meerstadt, de NS-topman die verantwoordelijk is voor de problemen rond de Fyra, per 1 oktober opstapt. Hij wordt opgevolgd door Timo Huges, de huidige directeur van de bloemenveiling FloraHolland. Een man die de baas was over Nederlands meest iconische exportproduct, de tulp, moet nu het spoor in goede banen leiden.

Een tulp voor elke Belg die naar Nederland spoort
Ik stel voor dat Timo ter compensatie voor het geleden leed een karrenvracht tulpen uit Amsterdam op een trein laadt, die vervolgens door de man achter de koffie-thee-limonade-kar worden uitgedeeld aan elke Belg die naar Nederland spoort. Als dankbaarheid zullen wij, eenmaal onze spoorwegtopman zal zijn opgestapt, de baas van óns meest iconische exportproduct, het bier, als nieuwe chef van de NMBS aanstellen, en voorzien we de karretjes in de Amsterdammer niet van Heineken maar van écht bier. Lijkt me een faire deal, toch?

Ann De Craemer (1981) woont in ‘la Flandre profonde’, en schreef daar al twee romans over: Vurige tong (2011), dat werd genomineerd voor De Bronzen Uil, en De seingever (2012). Ze debuteerde met een reisverhaal over Iran, Duizend-en-één dromen(2010), dat een nominatie voor de VPRO Bob den Uylprijs in de wacht sleepte.