Ik moet op telefoondieet

Het moet minder. Ik weet dat we hadden afgesproken alles samen te doen, je bent er vast aan gewend dat je altijd met me mee mag. Maar ik heb een beetje ruimte nodig. 
Het lijkt bijna alsof ik aan je verslaafd ben. Alsof ik niet zonder je kan. Ik kan niet slapen als ik niet weet waar jij bent, ik kan niet van huis als je niet in mijn tas zit.

Je bent niets meer dan een klein zwart apparaatje. Ik raak je vaker aan dan mijn man, mijn kat en mijn kinderen. Nou ja, misschien niet dan de baby, maar wel zeker dan de man en de kat.
Je bent alleen maar mijn telefóón.
De verslaving is er vanzelf ingeslopen, en laten we wel wezen, alle mensen om me heen hebben dezelfde verslaving. Die zijn ook onafscheidelijk van hun kleine zwarte apparaatjes zoals jij. Mooi ben je niet eens.

Multifunctioneel dingetje
Natuurlijk: je bent veel meer dan een klein, zwart apparaatje: je bent mijn horloge, mijn wekker, de radio. Mijn agenda, camera, notitieblokje, rekenmachine en parkeermeter. Je bent de tomtom en de OV-planner, de webshop en de spelletjescomputer. Je verzorgt mij meerdere malen per dag het laatste nieuws. Je bent mijn Twitter, Facebook, LinkedIn en Instagram, en je bent al mijn sociale contacten.

Nooit uit het oog verliezen
Door jouw multifunctionaliteit hebben jullie, telefoons, een ereplaats in onze levens gekregen. Jullie liggen ’s nachts op het nachtkastje, jullie liggen naast ons op de bank als we televisie kijken. Op ons bureau als we werken, op het dashboardkastje als we autorijden. Soms zelfs op het aanrecht als we koken, op het wc-fonteintje als we daar aan een bezoek brengen en jullie zitten in onze zak als we joggen. In een tas (vooruit) als we op het strand liggen, voor onze neus op tafel als we uit eten gaan en op een kleedje naast ons in het park als we zonnen. Op ieder terras liggen jullie prominent op iedere tafel. De voetbalcoach twittert terwijl hij coacht, de vader kijkt erop terwijl hij naast het speelapparaat in de speeltuin zit. Een groot gedeelte van waar wij mensen geld mee verdienen gebeurt via jullie. De bestuurder van de auto kijkt er ook snel op, ook al mag dat niet van de politie.

Als een extern hart
Als een buitenaards wezen in Nederland zou landen, zouden die zwarte dingetjes die iedereen bij zich draagt hem opvallen. Het buitenaardse wezen zou kunnen denken dat jullie een soort extern menselijk orgaan zijn: het moet bijna wel zoiets zijn als zoveel mensen het zó vaak gebruiken en er zó voorzichtig mee omgaan.
Mijn hoofd bonkt. Dat is de laatste tijd is wel vaker. Als er ook maar een klein stukje waar is van wat boze tongen beweren over straling, hebben we straks allemaal kanker.

Je ligt naast de computer en kijkt me aan. Je hebt zoveel aandacht nodig! Het kan best minder. Ik weet nog niet hoe. Ik ga je soms expres vergeten, denk ik. En als we thuis zijn leg ik je aan de oplader, niet meer altijd binnen handbereik. Misschien ga ik wel een wekker kopen. Of een camera.
Het moét mogelijk zijn te leven met minder van jou in de buurt.
Als je van suiker was, zou ik nu heel dik zijn. Zouden we allemaal heel dik zijn.

Ik wil weer eens op een bus wachten en niets te doen hebben.