Robin van Persie zou die aanvoerdersband niet moeten willen

Het lijkt nogal een dingetje te zijn, die aanvoerdersband. Robin van Persie spreekt over één van de ´hoogtepunten´ in zijn leven, terwijl Wesley Sneijder in ‘een totale shocktoestand’ is beland. Hebben we het hier echt over een aanvoerdersband?

Ik ben ook aanvoerder, reserveaanvoerder dat wel, maar toch. Dat betekent inderdaad dat ik af en toe in het veld met een band om m’n bovenarm moet lopen. Dat betekent echter vooral dat ik iedere week een mailtje moet opstellen om mijn teamgenoten te vertellen waar, wanneer, hoe en waarom ze op zaterdag op een achterafveld in Uithoorn geacht worden te voetballen.

Zou Robin van Persie dat ook doen? Voor aanvang van een interlandweekend even over de WhatsApp vragen wie er na Nederland-Turkije de tas met shirts mee naar huis neemt? Of Erik Pieters er even aan herinneren dat hij vandaag echt nog even dat wedstrijdverslag op Teamers moet zetten, omdat hij anders zaterdag gewoon weer aan de beurt is?

Het dragen van de aanvoerdersband brengt voor de Oranje-klanten kennelijk een soort van verantwoordelijkheid mee, die zelfs de heren die alles al hebben meegemaakt nog met een kinderlijk soort trots vervuld. Robin van Persie mag straks namens het Nederlands Elftal met scheidsrechters in discussie over al dan niet terechte gele kaarten, hij mag in de kleedkamer tegen z’n teamgenoten zeggen wat er allemaal fout ging in de eerste helft en dat allemaal omdat Louis van Gaal hem een band heeft toebedeeld.

Wat de totaal overtrokken reacties van de nieuwe én de zojuist onttroonde aanvoerder van Oranje vooral duidelijk maakt is dat er van enige natuurlijk hiërarchie in het team dat straks in Brazilië gewoon weer geacht wordt wereldkampioen te worden, geen sprake is. Als Robin van Persie echt zo graag de baas had willen zijn bij het Nederlands elftal, dan had hij dat al lang zelf afgedwongen.