Het afschuwelijke gelijk van de duivel (ovb) Johan Bruyneel

Eens in de zoveel tijd neem ik een ochtend vrij en lees alle berichtjes in het “Doping Dossier” van NuSport. Bedrog, leugens, halfgare artsen, hypocrisie, halfslachtigheid, ontroerende smoezen, onrecht, smaad, half gelezen bijsluiters; zoveel positiviteit, daar knapt een mens van op. 

Mijn favoriete bericht is sinds gister ‘’Ik word afgeschilderd als een duivel’’, over voormalig ravijnvaller en maffiabaas Johan Bruyneel. Het artikeltje bevat een aantal zinnen uit een groot Humo-inverview met Bruyneel, waarvan ‘ik word afgeschilderd als een duivel’ meteen ook een van de toppers is. Andere klassecitaten: ‘Als mijn moeder mij in tranen opbelt, breekt mijn hart’, ‘Ik kan iedereen recht in de ogen aankijken’ en het werkelijk onbetaalbare ‘Als Armstrong niet was teruggekomen en ik Landis opnieuw in de ploeg had opgenomen was dit alles nooit gebeurd. Zonder die feiten zouden wij heel anders praten’.

Even tussen haakjes: geen duivel dus
(Voor de duidelijkheid: Johan Bruyneel is dus niet de duivel, dat dat maar gezegd is. De duivel is rood, heeft twee hoorntjes op het hoofd en woont in de hoofden van de mensen. Johan Bruyneel is blank, woont voor zover ik weet ergens in Vlaanderen en aan zijn hoofd is niets vreemds te zien.
Het wonderlijke is dat op het hele internet geen enkele verwijzing naar Bruyneel als duivel te vinden is, anders dan die van Bruyneel zelf. De ereburger van Izegem wordt vergeleken met Tony Soprano (Tyler Hamilton), hij wordt Het Brein genoemd (Tyler Hamilton) en een ‘vriend’ (Lance Armstrong). Ik, als een trouw kijker van het betere televisiedetectivewerk, zie hier natuurlijk onmiddellijk een aanwijzing in: hoe vaak zit er niet bij Morse of Frost of Barnaby of Lynley of Taggart of Beck of Wallander of Veum of Huss of Maigret of De Cock of Banks of Holmes of Dalziel of Pascoe of Deed of Zen of Montalbano of Witse of Van In of Bengtzon of Derrick of Klein of Gently of Foyle of Rohde of Lewis of Havers of Salander of Rebus of Ross een verdachte van een overval die na een beetje druk plotseling roept dat hij ook niks te maken heeft met die onopgeloste moord in de Kerkstraat.
Bingo, denkt Morse of Frost of – nou ja… Bingo, dus.
U zult mij niet horen zeggen dat Johan Bruyneel de duivel is, zoals u dat niemand behalve hemzelf zult horen zeggen, maar we mogen natuurlijk nooit volledig uitsluiten dat hij het is.)

‘Zonder die feiten…
Als Johan Bruyneel dan niet de duivel is – waar, nogmaals, geen enkele aanwijzing voor bestaat, maar wat wij daarom nog niet geheel mogen uitsluiten – dan is hij toch in elk geval een unieke denker. Let op de laatste zin van het NuSport-artikel: ‘Zonder die feiten zouden wij heel anders praten’.
‘Zonder die feiten zouden wij heel anders praten’… Haast achteloos.
‘Zonder die feiten zouden wij heel anders praten’ is een zin om zes, zeven keer te herhalen, een zin om halsoverkop verliefd op te worden en vervolgens een langdurige en liefdevolle relatie mee op te bouwen. Met ‘Zonder die feiten zouden wij heel anders praten’ krijgt het leven weer zin, ‘Zonder die feiten zouden wij heel anders praten’ maakt van de wereld een mooiere plek. Wie zich bekeert tot het ‘Zonder die feiten zouden wij heel anders praten’-geloof, heeft nooit meer pech of ongeluk, maakt van iedere flater een glanzend optreden en van iedere overtreding een blijk van goed burgerschap.

Tatoeëer ‘Zonder die feiten zouden wij heel anders praten’ in het oud-Grieks op je onderarm, vervang gedenkstenen voor het simpele onderschrift ‘Zonder die feiten zouden wij heel anders praten’! Ondertiteling kan afgeschaft: met ‘Zonder die feiten zouden wij heel anders praten’ bent u immers voorzien? En wat te denken van kranten? Weg ermee! Iedere abonnee krijgt voortaan een strookje papier met die ene regel in de bus. Journaals? Blijven uitzenden, maar wel met een nieuwsbalk die voortdurend onder in het beeld meeloopt: ‘Zonder die feiten zouden wij heel anders praten.’

…zouden wij heel anders praten’
En zo komt er een einde aan weer een stukje, het zoveelste. Honderdduizenden woorden heb ik intussen verspild aan feiten, meningen, satires, parodieën en op feiten gebaseerde fictie. En nu is daar Johan Bruyneel – tot nader order dus niet De Duivel – die mij snoeihard op de zinloosheid van dat alles wijst. Immers, ‘ zonder die feiten zouden wij heel anders praten’.
‘Zonder die feiten zouden wij heel anders praten’… De man heeft gelijk. Afschuwelijk gelijk.