Wesley Sneijder heeft een bord voor z’n kop

Wesley Sneijder is in shock. De aanvoerdersband is hem ‘afgenomen’. Een ‘pijnlijk besluit’. Hij is teleurgesteld. Hij zag het niet aankomen.

Echt schokkend, pijnlijk en teleurstellend is dat Wesley Sneijder zo’n bord voor zijn kop heeft. Wat we niet zagen aankomen, is dat hij maar niet terug op niveau komt.

Komt het nog goed?

Telkens als ik Wesley Sneijder de laatste tijd zie en hoor, moet ik denken aan een interview van Robin van Persie met Henk Spaan, in het programma Heilig Gras. Op een dag, vertelt Van Persie (zie onderstaand fragment) zat hij in de jacuzzi na een training bij Arsenal. Tijdens het bubbelen kon hij zien hoe zijn medespeler en grote idool, Dennis Bergkamp, op de terugweg van een blessure, een pass- en trapoefening tot in de perfectie uitvoerde. Drie kwartier lang, met een jeugdspeler en fitnesstrainer. Kenmerkend voor Bergkamps techniek, concentratievermogen en gedrevenheid.

Van Persie bleef in de jacuzzi zitten tot Bergkamp een fout maakte. Hij kreeg er rimpelige handen van. Maar er kwam geen fout. ‘Alles ging maximaal. Keihard inspelen, aannemen, spelen, direct kaatsen. Zo mooi, gewoon kunst.’

Natuurlijk, hier spreekt de romanticus Van Persie, de fan, de bewonderaar. Misschien duurde die pass- en trapoefening veel korter, misschien sprong de bal toch een keer van Bergkamps voet. Misschien was het geen jeugdspeler, maar gewoon een andere selectiespeler die terugkwam van een blessure. Maar dat doet er niet toe. Belangrijker is hoe Van Persie naar Bergkamp keek, en hoe hij daarop terugblikt, nog steeds vol bewondering en verwondering. Het gaat om het inzicht: Van Persie wilde ook zo goed worden en hij zag in wat daarvoor nodig was: in zichzelf investeren. En nu is hij, nog steeds, een van de beste spelers van de Premier League.

Nu kijken er aanstormende talenten vanuit de jacuzzi naar hem.

Wesley Sneijder wil graag weer die vedette zijn waar spelers en publiek vol bewondering naar kijken. Het mannetje. De veldheer. Dat kan ook best nog, het is niet te laat. Het zou cynisch zijn hem definitief af te schrijven. Hij is pas (net) 29 jaar en heeft geen zware blessures gehad, fysiek gezien zijn er geen belemmeringen om weer topfit te worden. Maar kan hij het mentaal nog opbrengen?

Streeft hij nog naar perfectie?

Over ruim een jaar zijn deze vragen zeker beantwoord. Maar als hij op dat verongelijkte toontje blijft praten en niemand snel dat bord voor zijn kop wegtrekt, krijgen we die antwoorden al veel eerder. Dat zou geen grote shock zijn, maar wel pijnlijk en teleurstellend.