Dag lezer. Een zwanenzang

Het hing in de lucht en nu is het zo ver: ik neem afscheid als redacteur van HP/De Tijd.

Niet dat ik door een headhunter ben weggekaapt of mijn baan verlies door een reorganisatie. Nee, uiteenlopend fysiek ongerief bleek gaandeweg niet meer te verenigen met een dienstverband. Ik ben duurzaam arbeidsongeschikt bevonden.

En zo zit ik ineens mijn laatste redactionele stukje te tikken. Mijn zwanenzang, wil ik schrijven, maar dat roept meteen de vraag op hoe een zwaan eigenlijk zingt – óf een zwaan überhaupt wel kan zingen.

Gegorgel
Vogelsites blijken onderscheid te maken tussen wilde zwanen en knobbelzwanen; de eerste soort produceert een luid nasaal, trompetterend geluid, de tweede gorgelt en blaast, maar wil ook wel eens sissen en knorren. Daar vind ik het nu de gelegenheid niet voor, noch voor getrompetter, noch voor gegorgel of geknor.

Er bestaat ook nog een Svanesang  van de Deense componist Anders Koppel, een kort muziekstuk voor altsax, harp en orkest. In een luisterfragment klinkt een jazzballad, die tussen lichtvoetigheid en melancholie laveert, wat beter met mijn stemming rijmt. Mijn afscheid roept een weemoed van eindigheid en herinneringen op, maar ook een lichtheid omdat er een last wegvalt die zwaar begon te drukken.

Actualiteiten
Voor een journalist bestaat er maar één actualiteit: de eb en vloed van het nieuws, of dat nu van het Binnenhof komt of uit het stadion, het museum, de poptempel of de designer shop. Bij dat getij heb ik me van Weekblad De Tijd tot HP/De Tijd en HP/de Site ook altijd thuis gevoeld. De laatste jaren echter doemde er ander nieuws voor me op, een persoonlijke actualiteit, een eb en vloed van diagnoses, kansen, gevaren en hoop, het heen en weer van het leven zelf. En langzamerhand werd die nabije wereld concreter dan de verre, vage actualiteit van de maatschappij.

Zo zijn er twee lijnen bij elkaar gekomen: ik kan het verre nieuws niet goed meer bijbenen, maar ik hoef ook niet meer zo nodig, vind genoeg inspiratie om me heen.

Ex-redacteur. Het wordt wennen. Maar vast en zeker zal ik elders en anderszins blijven opschrijven wat me opvalt, invalt en overvalt. Dag lezer, ik tref u wel weer ergens.