Nog 5 dagen tot de Tour. Vijf redenen om van de Tour te houden: vakantie in eigen huis

Door de slordig gesloten gordijnen valt nog wat middaglicht de kamer in. Zij staat op, loopt naar het raam en geeft een rukje aan het doek.Liever geen licht, niet vandaag.

Hij knikt naar haar, het dankbare knikje van iemand die heeft leren berusten in zijn hulpbehoevendheid.
‘Zou je…?’ vraagt hij en hij gebaart naar zijn voorhoofd. Daar, vlak bij waar ooit zijn haargrens gezeten moet hebben, glinsteren kleine druppeltjes. Zweet. Oudemannenzweet.

Tijd
Zonder iets te zeggen rolt ze twee velletjes van de keukenrol die op de televisie staat, scheurt en veegt met zachte hand over zijn hoofd. Ze voelt hoe het gloeit, dat hoofd, ze voelt het door het papier heen.
‘Hoe lang nog,’ vraagt hij.
‘Hoe lang nog wat?’
‘De uitzending. Hoe lang nog?’
‘Duurt nog meer dan een uur.’
‘Hoe laat is het nu?’ Ze voelt hoe zijn hand haar pols beetpakt. De kracht van de greep verrast haar. De kracht, en de klamheid van zijn hand, de klamheid van iemand die zo de koning de hand mag schudden.
‘Ongeveer 1 uur.’
‘Niet ongeveer – hoe laat is het nu?’
Ze kijkt naar de klok boven de keukentafel, de klok die hij ook zou kunnen zien als hij zich een seconde omdraaide. Als hij zich een seconde kon omdraaien.
‘Acht over een.’
‘Uitzending om 13 uur 50. 42 minuten. 42 minuten is niet meer dan een uur. 42 minuten is tweederde van een uur.’
Ze antwoordt niet. Sinds hij hier zit, in deze stoel, als het pratende en ademende en rochelende en zanikende standbeeld van een middeleeuwse paus, heeft zich een haast obsessieve interesse in het verstrijken van de tijd van hem meester gemaakt. Geen klok in zijn omgeving kan verkeerd lopen zonder dat hij er op opgewonden toon melding van maakt.

Corsica
Hij hoest. Nou ja, hoest… Het is meer een hartverscheurend schrapen van zijn longen dat meer dan een minuut aanhoudt. Ze kijkt naar hem en wacht tot het voorbij is. Het gaat altijd voorbij.
Alles gaat altijd voorbij.
Als hij is uitgehoest, hijgt hij als Peter Farazijn na de finish van een Alpenetappe. Lange halen, gulzig slokt hij de zuurstof naar binnen. Het geluid wordt afgewisseld met het piepen van het draagbare zuurstoftankje dat naast zijn stoel op de vloer staat.
Hijg-piep. Hijghijg-piep. De beat van de patiënt.
‘Ze zijn nog altijd op Corsica,’ zegt hij, meer tegen zichzelf dan tegen haar. ‘Dat moet mooi zijn, Corsica.’
Ze knikt.
‘Een eiland vol ruige natuur en imposante vergezichten. Ze moeten zelfs een col op,’ gaat hij verder. ‘Het moet daar mooi zijn.’
‘Zijn ze wel eens op Corsica geweest?’ vraagt ze. Ze weet het antwoord al, ze spreken al een week lang over niets anders dan Corsica.
‘Nee,’ zegt hij. ‘Dat is nu juist het mooie. Ze zijn er nog nooit geweest. Weer eens wat anders, Corsica. Pau, Briancon, Bordeaux, dat kennen we nu wel, toch? Corsica is nieuw.’
‘Het zal mij benieuwen,’ zegt ze.

Vakantie
‘Heb je alles ingepakt?’ vraagt hij plotseling. Het startschot voor hun jaarlijks terugkerende dialoog.
‘Nee.’
‘Maar we gaan toch drie weken door Frankrijk reizen. Het is verdorie onze vakantie.’
‘Klopt, drie weken zijn we op vakantie. En we hoeven er niets voor in te pakken. Fijn he?’
‘Ja,’ zegt hij tevreden. ‘Fijn. En wat kost ons dat.’
‘Niets! Fijn he?’
‘Heel erg fijn.’ En dan begint hij weer te hoesten.
Nog 37 minuten tot de uitzending.