Niet alle Brabanders houden van Guus Meeuwis

Lieve Guus, 

Soms zit men met de handen in het haar. Ik weet niet hoe dat bij jou zit, maar voor mij is de leeftijd aangebroken waarop ik besef dat ik dat niet zomaar kan toestaan bij mezelf. De post stapelt zich op, iedere dag willen mijn lezers getrakteerd worden. Er is een hond in huis aanwezig die naar buiten moet. Voor al deze zaken is het van belang dat ik mij over mijzelf heen kan zetten.

‘s Ochtends om half 8 zet ik de wekker voor de post en voor mijn lezers. De hond is dan al wakker en begroet mij zonder te weten of ik met de handen in het haar ben opgestaan. Ik zet muziek aan die mij er bovenop kan helpen. En ik laat me aanhalen door de hond.

Ik weet niet of jij van dieren houdt, lieve Guus, ik hoor je er in ieder geval nooit over zingen, maar een huisdier, de hond in het bijzonder, kan alleen al met de poot die hij soms zorgvuldig op een knie plaatst, de persoonlijke omstandigheden verzachten.

Ik las dat truckers hun persoonlijke omstandigheden laten verzachten door in hun cabine jouw muziek aan te zetten. Een verzekeraar heeft dat uitgezocht. Ik weet niet wat in dit onderzoek het belang van deze verzekeraar was. Ik zou daar mijn hoofd over kunnen breken, in een rustiger tijdperk had ik dat misschien ook gedaan, nu geloof ik dat ik het slechts bij deze vermelding wil houden. Ik heb stiekem een hoge pet van mijzelf op; ik leg snel verbanden. Enig verband tussen de muziek in de vrachtwagencabine en de verzekeraar vind ik vergezocht.

Je liet je collega’s Henk Wijngaard (Met de vlam in de pijp) en Andre Hazes (Bloed, zweet en tranen) achter je.

Het bericht wekte bij jou zelf ook enige verbazing. ‘Je verwacht toch eerder Johnny Cash of Andre Hazes op de eerste plaats.’ Ik heb inmiddels genoeg awardshows gezien om te weten dat dit doorgestoken kaart moet zijn. Het is leuker om een levende in het zonnetje te zetten, wat jou overkwam op de Dag van het Transport, dan een lijk.

Brabant zou favoriet zijn bij de truckers. ‘Ik denk dat het de chauffeurs aanspreekt omdat het nummer uiteindelijk weer over thuiskomen gaat’, verklaarde je.
Nu moet ik een bekentenis doen. Er was een tijd dat ik ook week werd van jouw lied Brabant. Ik zat nog over niets met de handen in het haar, behalve dan over welke tram ik moest nemen naar de rechtenfaculteit. Ik woonde net in Amsterdam, en had de provincie Brabant, de provincie waar ik ben opgegroeid, achter mij gelaten. Als ik het lied Brabant hoorde vond ik even steun, direct gevolgd door een berisping van mijzelf. Om me te kunnen handhaven had het geen zin sentimenteel te doen over een provincie die zich door weinig laat kenmerken, vond ik. Dan zou ik nooit wennen in de grote stad. Ik nam afstand, en werd objectiever. Het lied Brabant kon mij niet meer beroeren, geen enkel nummer van je kon me nog beroeren. Daar kun jij weinig aan doen. Zo gaan die dingen.

De ene patiënt is de andere niet. Ik laat ’s ochtends de hond zijn poot op mijn knie leggen. De trucker legt zijn laatste kilometers af op jouw muziek. Als je ooit nog een liedje zal schrijven over een huisdier wil ik een nieuw fanschap nog wel in overweging nemen, maar tot die tijd zullen wij het zonder elkaar moeten doen, lieve Guus. Ik hoop dat je dat begrijpt.

Liefs,

OK