De testosterontaal van uw financiële adviseurs

Deze week zat er bij mijn Financieele Dagblad weer de bijlage Fondsnieuws. Volgens de op de inhoudspagina afgedrukte ‘mission statement’ gaat het over ‘gestandaardiseerde beleggingsproducten’.

Fondsnieuws verschijnt meerdere malen per jaar en persoonlijk vind ik het een van de beste – zo niet het beste – satirische blad van Nederland. Zou ik cultureel antropoloog zijn en het blad voor het eerst onder ogen krijgen: ik zou het idee hebben een geheel nieuwe of tenminste verloren gewaande stam te hebben gevonden. Aan het woord komt doorgaans een selecte groep van zelfverklaarde financieel specialisten die zich bezig houdt met het bedenken en inrichten van financiële producten die u na een gesprek met de adviseurs van uw bank gaat afnemen om u de jaren erna af te vragen waar al dat geld gebleven is.

U denkt dat u geen verstand heeft van geld. Die indruk zou je ook zomaar krijgen als je stuit op zo’n stuwmeer van overwegend Engelstalig jargon dat zich zo snel ontwikkelt dat geen woordenboek het ooit zal kunnen bijhouden. Het is exemplarisch voor nogal wat bedrijfstakken waarbinnen overwegend lucht wordt verplaatst. Ik laat u even meegenieten. het is overigens niet de bedoeling dat u het snapt, bij voorkeur niet, u moet gewoon die producten kopen want u denkt dat u een sukkel bent op financieel gebied..

Daar gaan we.

Het thema van deze uitgave van Fondsnieuws is Smart Bèta.

En vervolgens hebben we het over assetmanagers, valutaexposure, search for yield, interfereren, beleggingstool, input, parameters, credits, EMD, swaps, inflatie-linked, parent, total expense ratio, ETF, asset-only, convertibles, cyclicals, moderne portefeuilletheorie, diversification, minimum variance, financially distressed, equal risk distribution, managed volatility, Sharpe-ratio, kapitaalgewogen, sectorconcentratie, anomalieën, factorpremies, risk party, alphabronnen.

Hoewel het eind niet in zicht is, hou ik hier op, u moet wel wakker kunnen blijven.

Dit is het taalgebruik van de specialisten die bij de banken en vermogensbeheerders waken over uw geld. Het leuke van dit alles – u mag het ook ronduit triest vinden – -is het dat al die beleggingsfondsen in minder dan één procent van het totaal er zelfs maar in slagen een simpele index te verslaan. In zo’n index beleggen, dat kunt u zelf ook, met twee vingers in uw neus.

Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, ASML, DSM, Heineken, KPN, Philips, Shell en Unilever en is (heel even) Long in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn. Volg Dr Doom op Twitter.
———

Download de gratis app van Tablisto om ons maandblad op uw tablet te lezen
Volg HP/ De Tijd op Twitter