Histoire de l’étape 0 – Het eind van de hoop

Vandaag eindigt de voor wielerliefhebbers prettigste tijd van het jaar: de tijd dat de Tour de France nog niet begonnen is, maar maagdelijk voor je ligt, als een dik pak net gevallen sneeuw. Het is nog maar een kwestie van uren of de tijd komt langs om met zijn lompe poten de boel te vertrappen.

Een beetje wielerliefhebber verdeelt zijn jaar in twee stukken: de opgewekte maanden maart, april, mei en juni, als de koersen elkaar opvolgen als de niesbuien van de hooikoortslijders en dat wat je met enig gevoel voor symboliek de nazomer zou kunnen noemen – een appendix van min of meer loze maanden waarin de leegte van de naderende winter steeds guurder winden in onze richting begint te blazen.

En hoe groot en fijn en schitterend de Ronde van Vlaanderen, de Giro en de Ronde van Zwitserland ook zijn, tegen de tijd dat de regen ’s avonds weer echt lang in het licht begint te vallen, zijn ze niet meer dan eetlust opwekkende amuses voor het eigenlijke diner.

Een leeg doek
In de weken voor de Tour kan alles nog gebeuren: het koersverloop is een leeg doek waar de fantasie naar hartenlust poppetjes op mag tekenen, de etappes bestaan nog slechts uit abstracte eenheden als afstanden, plaatsnamen en stijgingspercentages, weersvoorspellingen zijn nog onder voorbehoud en alle renners lachen nog.
Alles kan nog.
Alles. Echt: alles.
Overal verschijnen uitwassen van een opwinding die bekend is geworden als Tourkoorts, maar niets meer is dan hoop. Hoop op alles waar je maar op kunt hopen, vermengd met een klein maar onmisbaar scheutje Vrees voor wat er in het ergste geval… – Nee, eerst en vooral is er de Hoop.

De hoop in 15 namen
Tourtoto’s, met hun aantrekkelijk suggestie dat de toekomst zich in een gewenste richting laat pronostikeren…. De Tourtoto is niets anders dan de hoop, gecondenseerd in vijftien namen en een maximaal puntenaantal.
Analyses op televisie, van mannen die al honderd maal hun hoop hebben moeten begraven, maar hem ieder jaar, in de week voor de Tourstart, weer opgraven. Hij ligt er nog, precies waar ze hem hebben achtergelaten. Ongeschonden.
De deelnemerslijst, alleen al die tweehonderd jongensnamen op een stuk krantenpapier, tweehonderd dromen die in elk geval tot de start nog kunnen uitkomen… Hoop in drukinkt.

Bijna Kerst
Straks, als alles begonnen is, zal alle hoop ijdel blijken. Koen de Kort zal geen vijf etappes winnen, het zal niet de eerste valpartijloze Tour ooit worden en de vlakke etappes zullen gedomineerd worden door de ene ploeg en de bergetappes door de andere. Veel, zo niet alles blijft bij het oude. De tijd van de hoop is voorbij, de realiteit heeft hem bij de kladden.
Drie weken lang maakt de hoop steeds een beetje meer plaats voor de werkelijkheid. Wij zullen het niet merken, wij zijn druk met andere dingen. Tot het over drie weken plots allemaal voorbij is. Tot er niets anders over is dan een handvol foto’s, wat filmbeelden en een lijstje abstracte cijfers, plaatsnamen en stijgingspercentages.

Tegen die tijd zal blijken dat we roekeloos zijn geweest, dat we alle hoop hebben opgemaakt. Gelukkig is het dan alweer bijna Kerst.