Histoire de l’étape 2: dolgelukkig met de overwinning van Jan Bakelants

O, wat was ik blij met de etappe-uitslag van gister. Alsof ik zelf gewonnen had, echt waar. Want als ik het iemand gun, dan is het verdorie Jan Bakelants wel.

Niet zo lang geleden zag ik een documentaire op Youtube.
Er fietste een man door het bedauwde landschap van zijn jeugd.
Heuvels, mist.
Een eenzame figuur en danseuse omhoog.
Blaadjes kleven aan het asfalt: dit moet herfst in Vlaanderen zijn.
Even later komt hij in beeld: een kalme kerel met een vierkante kaak. Hij noemt zichzelf hyperactief, zijn streekgenoten schijnen hele urenlange trainingen lang door hem vermaakt te worden, maar daarvan is in die documentaire maar weinig te merken.
Volgens zijn ploeggenoot Fabian Cancellara kan hij genieten van de kleine dingen in het leven.

Jan Bakelants geniet van de kleine dingen in het leven omdat hij weet dat alles plotseling kan veranderen. Van het ene moment op het andere kunnen de vriendelijk asemende heuveltjes in zijn geboortestreek veranderen in onbeklimbare monstercols.
Tenminste, als je van het ene moment op het andere geen wielrenner meer bent, maar een patiënt voor wie de dood meer naderbij is dan het nieuwe seizoen.

Hij voelt iets
Het was in het najaar van 2002 toen Jan en een ploeggenoot op bed lagen op een van die talloze onpersoonlijke hotelkamers. Ze spraken over de koers, het vechten, de dood. En over de man voor wie die drie thema’s zijn leven bepaalden: Lance Armstrong.
Over de brief die Jan Armstrong heeft gestuurd toen die ziek werd.
Er valt een stilte. In het duister van de hotelkamer bevoelen de handen van Jan en zijn kamergenoot hun testikels.
En dan gebeurt datgene waarvan je weet dat het kan gebeuren, maar waarvan je niet kunt bevatten dat het ook jou kan gebeuren: Jan voelt iets.
‘Doe het licht aan,’ zegt hij. ‘Volgens mij voel ik iets. Is dit normaal, denk je?’

Afzender… Precies
Een operatie volgde. De tumor – kwaadaardig – werd verwijderd.
Chemokuren. Een kale, uitgemergelde jongen aan een machine. En ondertussen maakte hij plannen, plannen over wat hij zou doen als hij genezen zou zijn.
Zodra het weer kon, stapte Jan weer op de rollenbank in de garage. Hij zou van de dood wegfietsen.
Tot er op een dag een brief op de mat plofte. Een brief uit Texas:
Excuse my English handwriting. I hope someone can translate this. Hang in there, hombre! You WILL get better. Stay strong and positive! All my best!
Afzender:… precies.

Jan Bakelants won zijn belangrijkste strijd. Een jaar na zijn chemo werd hij prof, kreeg in de afgelopen jaren drie kinderen en tekende in 2010 naar Team Radioshack, waar hij de laatste maanden van de actieve carrière van de man van de brief meemaakte.
Op 12 november 2012 werd hij officieel genezen verklaard. In de documentaire vertelt Andy Schleck dat hij sinds het verhaal van Jan nooit meer het huis verlaat zonder zijn ouders te groeten en ze te vertellen hoeveel hij van ze houdt.

Op een na grootste zege
Ik moest aan die documentaire denken toen Jan Bakelants gisteren op anderhalve kilometer van de streep vertrok. De tv-commentatoren hadden maar weinig fiducie in de onderneming, ze geloofden er eigenlijk nog steeds niet in toen Jan al lang en breed over de streep was gekomen.
Lang daarna spraken ze over de grootste overwinning in Jans niet al te rijkelijk gestoffeerde loopbaan. En ik kon alleen maar denken: zijn grootste overwinning behaalde Jan Bakelants op 12 november 2012. Dit is niet meer dan een oververdiend extraatje.

Sorry, zei ik Jan Bakelants? Ik bedoel natuurlijk Markel Irizar.