Als ik niet oppas word ik optimistisch over de werkloosheid

U kent mij als een notoire chagrijn die alles donkerder ziet dan u dat doet. Hoewel, u kunt er ook wat van, getuige de cijfers over het consumentenvertrouwen die maandelijks aangeven hoe comateus we aan het worden zijn.

Wie mijn columns van het afgelopen jaar er op de zoektermen CBS, CBP en werkloosheid nog eens bij pakt, kan daar lezen dat ik steeds aanmerkelijk pessimistischer was dan het Centraal Planbureau (CPB). Over de economische groei, het begrotingstekort en de werkloosheid. Het CPB bouwt sowieso al jaren aan een beeld dat ze er daar stelselmatig naast zitten. Aan de ene kant is dat inherent aan het maken van prognoses maar aan de andere kant vond ik het verbazingwekkend dat ze bleef vasthouden aan modellen waarvan iedereen kan weten dat ontoereikend zijn voor wat we de laatste jaren meemaken.

Nog niet eens zo heel lang geleden werkte ik een aantal jaren bij het CBS en dat instituut heeft het als het om cijfers gaat makkelijker: het CBS verzamelt feiten, harde data. Die zijn bij publicatie in een aantal gevallen ook niet altijd volledig juist maar dat wordt op die momenten dan ook meeverpakt in de boodschap. Kwartaalcijfers over de economische groei komen altijd zes weken na afloop van een kwartaal maar heten dan wel ‘1e raming’. Er volgen  altijd nog twee ramingen en soms – maar dat is uitzonderlijk – wordt er zelfs jaren later nog iets bijgesteld.

Met harde cijfers kan ik als belegger iets, ik plaats ze in modellen en probeer trends te ontdekken. Trends kunnen zich ontwikkelen in hun meest recente richting, daarbinnen kunnen ze versnellen of juist verzwakken. En het kan ook een tijdje zijwaarts gaan totdat opnieuw richting wordt gekozen.

In de werkloosheidscijfers zag ik al heel lang een zich nog altijd versterkende neerwaartse trend. Als ik die extrapoleerde dan kwam ik per jaarultimo op heel andere getallen dan het Centraal Planbureau noteerde. Tot nu toe had ik daarmee gelijk, de werkloosheid is veel harder opgelopen dan werd gedacht.

Over twee weken komen de werkloosheidcijfers over juni en ik ben heel benieuwd. Want wat ik dit jaar tot nu toe zie is wat in beleggingstermen bodemvorming heet. In januari, februari en maart kregen we er er 21.000, 21.000 en 30.000 werklozen bij. Maar in april en mei waren het er 7.000 en 9.000. Komt juni nu ook uit op rond de of minder dan 10.000, dan spreek ik van een afzwakking van de neerwaartse trend die langzaam kan ombuigen naar een zijwaartse en vervolgens – we zitten dan al in 2014 – zelfs kan uitmonden in een lichte afname.

En voordat u denkt dat het helemaal mis met me gaat: golfbewegingen zijn heel normaal, een daling zal altijd gevolgd worden door een stijging. Neemt de werkgelegenheid weer toe, in 2014, dan zal dat een tijdelijk effect zijn. Ik zie de crisis pas rond 2020 zijn definitieve dieptepunt bereiken. Tussen nu en dan zullen er forse oplevingen zijn.

Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, ASML, DSM, Heineken, KPN, Philips, Shell en Unilever en is (heel even) Long in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn. Volg Dr Doom op Twitter.
———

Download de gratis app van Tablisto om ons maandblad op uw tablet te lezen
Volg HP/ De Tijd op Twitter