W.F. Hermans en het schrijfmachineschandaal: het vervolg

Dat uitgerekend de Nederlandse politiek – een van de redenen waarom W.F. Hermans zich in 1973 voorgoed in Parijs vestigde – de collectie schrijfmachines van de inmiddels overleden schrijver voor het vaderland wil behouden is op zijn zachtst gezegd ironisch te noemen. Hermansiaanse ironie, welteverstaan.

Enkele weken geleden schreef ik op deze plek over de aanstaande verloting van de schrijfmachineverzameling van Willem Frederik Hermans. Resumé: nadat museum Scryption door een dichtgedraaide geldkraan in 2011 haar deuren moest sluiten, kwam de 160 stuks tellende schrijfmachineverzameling van Hermans in handen van de fraters van Tilburg, de oorspronkelijke eigenaren van de collectie. Zij hadden echter geen plek voor de museumschatten en de spullen moesten weg: de verzameling werd op oneerbiedige wijze verloot.

Belgische eigenaar
Het is Boekhandel Limerick uit het Belgische Gent die zich sinds vorige week de nieuwe eigenaar van de immense verzameling schrijfattributen mag noemen. Eigenaar Gert Brouns liet HP/De Tijd toen al ontvallen niets te voelen voor eventuele schenking of bruikleen van de fameuze rode schrijfmachine aan het Letterkundig Museum in Den Haag. Terwijl het juist dit museum is waar de typemachine thuishoort, en waar hij samen met de kroontjespen van Reve en de computer van Mulisch tentoongesteld dient te worden, betoogde ik.

Politiek
En nu, nu de collectie goed en wel verpatst is aan onze zuiderburen, gaat ook de politiek er zich mee bemoeien. PvdA-Kamerleden Monasch en Van Dekken en VVD-Kamerlid De Boer vroegen minister Bussemaker van Cultuur vorige week om te bekijken wat de mogelijkheden zijn om te voorkomen dat ‘een uniek onderdeel van de nalatenschap van de Nederlandse schrijver naar België verdwijnt.’ Maar de overdrachtspapieren zijn al getekend: de typemachines lijken voorgoed naar Vlaanderen te vertrekken. De erfgoedwet, die dit soort situaties in de toekomst moet voorkomen, komt in deze casus dus te laat.

Gulden middenweg
Dat de schrijfmachines van Hermans in een Vlaams ‘boekhandeltje’ (dixit Monasch) verdwijnen zou de schrijver een zorg zijn geweest. Hij had een slechte band met Nederland en noemde het zelfs een ‘muizenhol’ – zijn haat jegens het vaderland is dan ook zo’n beetje de rode draad in zijn werk. Aan de andere kant hoort er, in het Letterkundig Museum in Den Haag, een schrijfmachine van W.F. Hermans te staan. Dat hóórt bij ons cultureel erfgoed – net als de attributen van Reve en Mulisch.

Daarom: meneer Brouns en mevrouw Bussemaker, vragen wij u nog één maal: breng de voor de Nederlandse literatuur zo belangrijke rode schrijfmachine van W.F. Hermans naar het Letterkundig Museum in Den Haag. Daar verdient het te staan.