Marcella Mesker in de schoolbanken bij Sierd de Vos

Blijverstoord kijkt Sierd de Vos op van zijn scherm dat gevuld is met het Spaanstalige Wikipedialemma van Levante-verdediger Issam El Adoua.

“Goedemorgen Marcella, je ziet er enigszins vermoeid uit. Opmerkelijk, want jij slaapt toch in zo’n luxe nestje van Hästens? Wist je trouwens dat die Zweden aanvankelijk paardenzadels maakten? Rond 1900 besloot David, de zoon van de oprichter..”

“Goedemoggel Sierd, ik ben kapot. En dat ligt niet aan mijn bed. Ik heb tot diep in de nacht aan het door jou voorgeschreven huiswerk gezeten. Eindeloos heb ik gescrolld door Wikipedia, omschrijvingen van gezichtstrekken bedacht, lachsalvo’s geoefend, roddels opgezocht en grappige woorden in mijn kop gestampt. Weet je Sierd, ik denk niet dat ik de juiste persoon ben om het Nederlandse tenniscommentaar meer schwung te geven”.

“Natuurlijk wel mevrouw Mesker, dat bent u wel. Jaaahaa, in dat koppie zit genoeg talent!”, kraait Sierd terwijl hij naar haar wijst en de toppen van zijn gestrekte vingers van de andere hand tegen het eigen voorhoofd tikt.

“Nou ik weet het niet echt, het..”

“Kom op Marcella, je gaat met sprongen vooruit. Je zei over de schreeuwende Haase dat hij met z’n gekrijs beter bij de vrouwen kon meedoen. Dat was niet onaardig. Maar je mag nog een tandje bijzetten hoor. Zelf zou ik gaan voor: ‘Robin Haase die schreeuwt nog harder dan de vrouwen in de films van James Sharpe.’ James Sharpe, kent u die nog? Dat was de pornobaron van de PVV. Voordat deze doerak in de volwassenenfilms handelde was hij Nederlands Kampioen hordelopen. Maar goed, Haase schreeuwt dus net zo hard als de Hongaarse dames in de films van Sharpe. De mensen willen verhalen. Onthoud dat, de mensen willen verhalen.”

“Ik ben een tennisser, geen geboren verhalenverteller. Het enige dat ik kan is mijn jarenlange ervaring en expertise overbrengen. Ik onderscheid feilloos speltypes, slagen en baanstructuren. Bovendien is het tennispubliek is conservatief en heeft geen behoefte aan rarigheden. Ik heb nog steeds een topsportmentaliteit, Sierd, en wil best wat van andere toppers leren, maar we zijn te verschillend. Zie mij als de keeper en jezelf als de stijlvolle aanvaller. Laten we stoppen met onze lessen.”

“Mooie metafoor Marcella. KOEKOEK, hoorde je dat? Zomaar een drieslag. Ken je Jacob Mulenga?”

“Nee.”

“Dat is een voetballer van FC Utrecht. Deze diepgelovige Zambiaan wil na zijn voetbalcarriere priester worden in zijn thuisland. Mulenga is het opperwezen dankbaar voor zijn talenten en als dank wil hij de mensen mooie verhalen vertellen. Schitterend toch? Verhalenvertellers is precies wat de mensen nodig hebben. Mooie verhalen vol hoop, trost, verwondering en humor.  Vroeger hadden we dominees, vakbondsleiders, Freek de Jonge en politici. Wij zijn de moderne verhalenvertellers.”

“Willen mensen niet gewoon een deskundig verhaal?”

“Welnee het is geen wetenschappelijk betoog. Mensen kunnen zelf wel een backhand van een forehand onderscheiden. Dat Milos Raonic een servicekanon is, zien ze wel. Nee, ze willen horen dat die kerel een gezicht van een Montenegrijnse heftruckchauffeur heeft en dat z’n zus een gogodancer was tot dat ze geschaakt werd door een halfblinde zakenman die dubieuze connecties heeft met een Japans goksyndicaat die scheidsrechters in de Finse tweede divisie omkopen.”

“Hmm..”

“Kom op Marcella je kunt het! Dit weekend zeg je bij een magistraal punt niet dat het ‘knap gedaan’  is. Sport is emotie laat je gaan. Na een prachtig punt van Murray, of ‘Murrie’, zoals jij hem liefkozend noemt, roep je heel hard KOEKOEK. Of onderscheid je en schreeuw OEHOE of TJIFTJAF na een prachtige lob. Wil je helemaal los gaan kies dan een niet onomatopeeënde vogel. Roep je een dropshot gewoon KOOLMEES of GRIJZE GORS. De mensen zullen van hun bank afrollen en genieten geen minuut minder van het tennis”.

“Ok, je hebt me Sierd. Ik ga het gewoon één keer proberen. Zondag tijdens de mannenfinale ga ik helemaal los. Als Murrie na 77 jaar eindelijk de titel thuisbrengt schreeuw ik het uit. Maar wil je dan iets voor mij doen?”

“Wat dan?”

“Op zaterdagavond, voor de grote dag, nog eenmaal al je tips met mij doornemen?”

“Ik ken daar nog wel een restaurantje. The Lawn Bistro, dat wordt gerund door een echte Franse kok.”