Vijf redenen om niet naar de Tour de France te kijken

Vorige week gaf Frank Heinen u vijf redenen om de Tour de France te kijken. Omdat wij, collegae, het niet altijd met elkaar eens zijn en ik een bloedhekel aan fietsen heb (en het als een zombie kijken naar helikopterbeelden van het peloton) krijgt u vijf redenen waarom u vooral niet naar de Tour moet kijken.

1. Doping, obviously.
Zoals dit plaatje, al sinds ‘de val’ van Lance Armstrong circulerend op whatsapp, fenomenaal verwoordt: “Amsterdam is exactly like Tour de France, just a lot of people on drugs riding bikes”. Ik kan me werkelijk aan niets op deze wereldbol zo ergeren als aan fietsende toeristen in Amsterdam, en kan me dus ook de ergernis van de bewoners van de bergdorpjes als er weer zo’n stel wegmisbruikers voorbij komt scheuren zeer goed voorstellen.

2. Het jargon.
Demarreren, het snot voor de ogen rijden, aan het elastiek hangen, op het vinkentouw zitten, chasse patate, geparkeerd staan en ga zo maar door. Je voelt aan alles hoe blij de commentator zelf is wat voor mooie woorden en zinsbouw hij weer gebruikt om het woord ´fietsen´ te beschrijven. Hij moet ook wel, want er gebeurt nooit iets. Het ergste is nog de term ‘renners’. Net zoals de Amerikanen een sport die voornamelijk met de handen gespeeld wordt football noemen, noemen wij mensen die op een fiets zitten kennelijk renners.

3.De massasprints.
Het meest wonderlijke aan de Tour blijft natuurlijk het fenomeen massasprints. Op een paar etappes na eindigt elke fietswedstrijd in een sprint. Waarom de tweehonderd kilometer ervoor überhaupt nog gereden worden blijft voor mij altijd een beetje een raadsel. Je laat Usain Bolt toch ook niet eerst een marathon lopen voor hij z’n sprintje mag trekken?

4. Nederlandse afgang.
Daar waar ik me van de afgelopen drie à vier jaar kan herinneren dat onder andere DeMart zei dat dit hét jaar van Robert Gesink ging worden, is hij dit jaar gedegradeerd tot knecht. Misschien maar goed ook, want van de vier Tours die hij reed werd hij één keer vijfde, één keer 33ste en gaf hij twee keer op. En het is alweer acht jaar geleden dat er een Nederlander een etappe wist te winnen. Pieter Weening heeft overigens nog geen dopinggebruik bekend, dus je weet nooit hoe lang die overwinning nog blijft staan.

5. Rekensommetje
Als laatste reden wil ik hier een klein rekensommetje voor u doen. De Tour bestaat uit 21 etappes dit jaar. Deze etappes duren gemiddeld ongeveer twee uur. Dan bent u dus al 42 uur naar mannen op een fiets aan het staren. Maar uiteraard bent u, als u naar de etappe kijkt, ook verplicht de voor- en nabeschouwing te bekijken. En naar de Avondetappe van Mart Smeets. Ik hoop met heel mijn hart dat u iets beters te doen hebt deze zomer.