Ik zou wel eens een vader willen zijn

“Hé jankerd, wil je wat drinken?”
Verbaasd kijk ik op, wie er ‘jankerd’ wordt genoemd.

Voor mij op het terras zit een man van een jaar of vijfendertig met een kindje van een jaar of drie. Een andere man, zijn vriend waarschijnlijk, vraagt aan het kind of hij iets wil drinken. Het kind is een jongetje met mooie blonde krullen, een schattig ventje. Hij was net aan het huilen, niet eens lang. Omdat hij best hard op de grond was gevallen. Daaraan dankt hij nu die bijnaam ‘jankerd’.

Hoe je het kind van een vriendin aanspreekt
De mannen zien eruit alsof ze veel geld verdienen als ze niet op terrasjes zitten: mooie, nieuwe kleren dragen ze, ik weet niet of het een officiële term is maar ik noem het yuppenhip.
Ik zou me niet kunnen voorstellen dat ik het kindje van een vriendin van mij, die net op de grond viel en moest huilen, ooit zou aanspreken met ‘hé jankerd!’. Zelfs niet als ik het de grootste jankerd ter wereld zou vinden, zelfs dan zou ik dat kind niet hardop zo noemen. Echt nooit, in geen enkel geval. Eerder zou ik zoiets zeggen als ‘Hé liefje, wil jij ook nog appelsap?

Hoe vroeg je ze naar de opvang brengt
Even later op hetzelfde terras. De man belt nu zijn vrouw, die blijkbaar voor haar werk in het buitenland is. Hij vertelt aan haar hoe de ochtend ging, en dat Wolf zijn mama helemaal niet had gemist. Hij was alleen wel erg vroeg wakker geworden, dus deze man had zijn zoontje Wolf lekker ‘extra vroeg’ naar de crèche gebracht.
De beste man had zijn zoontje lekker vroeg naar de crèche gebracht en zat nu op dit terras in de zon koffie te drinken, samen met zijn collega-papa en diens zoontje (a.k.a. jankerd). Na de koffie gaan de twee papa’s samen met jankerd en nog een ander jongetje een potje voetballen op het veld direct voor het terras.

Ik zou me niet kunnen voorstellen dat ik ooit mijn kindje ‘lekker extra vroeg’ naar de crèche zou brengen zodat ik in mijn eentje op een terras in de zon kan gaan zitten, of: zodat ik met vrienden zou kunnen afspreken die ook kinderen hebben op een terras in de zon. Maar dus zonder mijn eigen kind.
Over die stomme crèche heb je al schuldgevoel genoeg: iedere gelegenheid waar de kinderen bij zouden kunnen zijn grijp je aan om ze bij je te houden, zeker zoiets als op een terrasje zitten. Moeders die hun dreumesen alle dagen naar de opvang brengen zodat ze zelf kunnen tennissen, zijn slechte moeders. Toch? Zoiets zou je nooit doen.

Zou het misschien bevrijdend zijn, ergens, om het zoontje van een vriendin een keer luid en ongegeneerd ‘jankerd!’ te noemen en om mijn eigen kinderen extra lang naar de opvang te brengen zodat ik kan chillen in de stad?
Ik zou wel eens willen weten hoe het is om een vader te zijn.