Beleggen in onroerend goed nog atijd geen lolletje

Recent werden er op de Amsterdamse Zuidas, nog altijd zo ongeveer de duurste kantoorlocatie van Nederland, twee grote objecten verkocht, waaronder het zogenaamde Atrium.

Dat er nog altijd dit soort transacties kunnen plaatsvinden in de markt voor onroerend goed is op zichzelf goed nieuws, althans: dat lijkt het. Maar de schijn bedriegt. De verkopers moesten er vanaf, vaak zijn dit soort grote projecten gekocht en gefinancierd door een consortium en het was vroeger gebruikelijk dat zich daaronder ook banken bevonden. In 2007 werd het Atrium gekocht voor 200 miljoen, het schijnt dat het nu nog 115 miljoen opbracht. En dan hebben we het over een goed kantorencomplex op een goede locatie.

Heel veel particulieren hebben zich vóór de crisis laten verleiden tot een participatie in een van de vele onroerend goed-C.V.’s. Als u er zelfs maar één kent – zo’n C.V. – die er goed voorstaat, laat het me weten.

Er gingen er al vele failliet en een van de grootste initiators ervan, Hanzevast, vecht voor zijn bestaan. De 11 resterende onroerendgoedfondsen zouden nu moeten samengaan om een betere positie te krijgen bij de herfinanciering van de leningen die er aan zit te komen.

Het is zeer dubieus of dat gaat helpen. Het eigen vermogen van de fondsen, dat is het geld dat de beleggers er als commandiet instopten, is inmiddels gevaporiseerd. Zonder nieuw eigen vermogen zal een bank in principe geen nieuwe financiering verstrekken. Met de nadruk op ‘in principe’ want andere faillissementen lieten zien dat de bank vaak geen andere keuze heeft dan de panden dan maar zelf in te kopen. Of de huidige commandieten zouden bereid moeten zijn om nieuw eigen vermogen beschikbaar te stellen. Als u zo’n commandiet bent: doe het niet, u stort in een bodemloze put want de taxatierapporten waarop u uw besluit zou moeten baseren bevatten nog altijd heel veel lucht.

Nu de eerder genoemde grote transacties verliezen tot 50 procent opleverden, zullen de verliezen die de banken bij openbare verkoop moeten nemen enorm zijn. Dat is het grote taboe: we praten er niet over hoeveel kredietverlening door banken feitelijk ‘onder water’ staat. Maar ooit zal die pijn genomen moeten worden, zeker op de kantoren- en winkelmarkt gaan de oude tijden niet meer terugkeren. Intussen is het feest voor investeerders met diepe zakken die liquide zijn. Het afgelopen weekend sprak ik er zo een, hij heeft de tijd van zijn leven. Hij verkocht een jaar of vijf, zes geleden een groot deel van zijn portefeuille en kan nu voor de helft of minder van het geld weer op de markt terugkeren. Zou u in zó iets kunnen meedoen, dan zou u dat beter kunnen overwegen.

Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, ASML, DSM, Heineken, KPN, Philips, Shell en Unilever en is (heel even) Long in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn. Volg Dr Doom op Twitter.
———

Download de gratis app van Tablisto om ons maandblad op uw tablet te lezen
Volg HP/ De Tijd op Twitter