Sander Dekker schaft de Nederlandse taal af

Je zal maar het ongeluk hebben dat je in Amsterdam-West geboren wordt uit allochtone ouders.

Dan ga je dus naar groep 1 van de basisschool met een taalachterstand, althans voor het Nederlands. Want als het aan staatssecretaris Sander Dekker ligt krijg je dan als peuter ook nog les in de Engelse taal. Arme kinderen, voor mensen in Turkije en Marokko buitenlanders met een raar accent, voor Nederlanders straks VMBO-ers die hun Nederlands vreemd uitspreken. En arme Nederlandse taal. Die wordt straks onherroepelijk de dupe. En daarmee onze cultuur.

Internationaal beter mee kunnen
Basisscholen mogen straks zo’n 15 procent van de lessen aanbieden in de Engelse taal en dat moet ervoor zorgen dat we internationaal beter meekunnen, een oeroude smoes die al vanaf de jaren ‘60 als schaamlap voor het Nederlands wordt gebruikt. Achterliggende boodschap is dat je het als land beter doet als al je inwoners vloeiend Engels spreken. Dat is natuurlijk aantoonbaar niet waar: het meest succesvolle Europese land is zonder twijfel Duitsland en de beheersing van het Engels door de inwoners van dat land is ronduit zwak, weet ik uit eigen waarneming.

Maar dat is slechts een oppervlakkig deel van wat er werkelijk aan de hand is: al sinds ik mij kan heugen wordt dit land, en daarmee onze taal, aangeduid als ‘klein’. Waar dat minderwaardigheidscomplex vandaan komt is me eerlijk gezegd een raadsel. Als je Vlaanderen meerekent zijn er meer ‘native speakers’ van het Nederlands dan van alle Scandinavische talen. Bij elkaar opgeteld. Nederland en Vlaanderen tellen 25 miljoen inwoners, de Scandinaviërs komen niet verder dan 24,5 miljoen. Die hebben vier verschillende talen, maar piekeren er niet over om ze op te geven. Om politiek correcte redenen reken ik dan de miljoenen die Nederlands spreken in Zuid-Afrika niet eens mee, al dacht bijvoorbeeld Gerrit Komrij daar heel anders over: hij had geen enkele moeite om een bundel met Zuid-Afrikaanse gedichten toe te voegen aan zijn grote (sommigen zeggen definitieve) overzicht van de Nederlandse poëzie.

Trots
Wat Sander Dekker hier doet is niet alleen zorgelijk voor de beheersing van de Nederlandse taal door onze toekomstige generaties. Hij geeft ook een belangrijk signaal af. Dat de Nederlandse taal er in de grote Europese omgeving niet toe zou doen voor onze jongeren omdat ze als toekomstige zakenlieden, door Europa zwervende studenten (en later EU-ambtenaren) veel beter af zijn met een taal die ze nooit echt zullen beheersen. Daarvoor moet je een kind vanaf het prilste begin opvoeden in het Engels en daar gaat Sander Dekker gelukkig niet over.

Nog even afgezien van het feit dat slechts een heel klein deel van onze jongeren straks Europees gaat functioneren, er zijn wel degelijk belangen te verdedigen in de strijd om het behoud van de Nederlandse taal en cultuur. Dat je dat in dit land niet kunt zeggen zonder verdacht te worden van een hang naar ‘Blut und Boden’ zegt eigenlijk al genoeg. Maar een tien eeuwen oude taal en literatuur met 25 miljoen levende sprekers, moeten we daar niet eerder trots op zijn dan dat we beginnen de hakbijl aan de wortel te slaan? Laten we hopen dat de geschiedenis Sander Dekker niet zal aanduiden als de man die begin van het einde van het Nederlands mogelijk maakte.