Een zomerherinnering van Leo Vroman

Dichter en wetenschapper Leo Vroman (1915) spendeerde in zijn jonge jaren de zomers in Zwitserland. Speciaal voor HP/De Tijd haalt de oude meester vanuit zijn flat in het tropische Fort Worth warme herinneringen op aan deze vooroorlogse vakantietijd:

Nu, na 73 jaar niet meer in Holland te hebben gewoond, weet ik nog zó veel. Bijvoorbeeld: terwijl het in de herfst altijd regende en de rottende blaren in de straatgoten samenkoekten, scheen in de zomer altijd de zon. In mijn herinnering kwamen we (ik en mijn familie) dan voortdurend terug uit Zwitserland.

Eén keer kwamen we wat uitgeput thuis van de daglange treinreis Bazel-Rotterdam, Rotterdam-Gouda. We zaten nog in onze reiskleren in onze serre uit te rusten. In de schemering, met de tuindeuren open. Vaag achterin de tuin van ons huis bewoog een heel grote witte vlek. Het was een koe. Die stond daar omdat de sloot achter ons huis die zomer gedempt was en nog niet door een metalen hek was vervangen. Mijn vader zag het dier en stortte zich het trapje af, met mijn bergstok vol blikken etiketjes opgeheven in zijn hand, om het ondier te verjagen. Het ging meteen terug naar de wei.

Later kon ik bovenlangs het metalen hek de zes koeien aaien die in de zomer langzaam voorbij onze tuin kwamen lopen en zich beurtelings tussen de oren en horens lieten krabbelen. Dan rook na afloop mijn rechterhand naar gras en methaan en voelde ik mij één met de natuur.

Daaraan denkend dicht ik vandaag, 10 juli 2013, vanuit een zonovergoten Fort Worth:

Nu sta ik in onze tuin,
de tuin van toen,
lang niets te doen.
Het zonlicht valt al schuin ,
dan kijk ik rond.
Hoe zomers ook het weer,
ik werp op deze grond
geen schaduw meer.