Kick some ass, koning Filip!

‘Weet u nog, prins – excuses, koning – Filip, toen u op bezoek was bij het Vlaams-Nederlands Huis deBuren in Brussel?’

‘Ah oui….oui, il y a longtemps….samen met prins – pardon, le roi – Willem-Alexander, n’est-ce pas?’
‘Precies, ter ere van het tweede staatsbezoek van koningin Beatrix aan België.’
‘D’accord, ik herinner het me. Mijn vader de koning en mijn moeder de koningin waren ook aanwezig?’
‘Ja. Het was 20 juni 2006. En: ik was er ook.’
‘Ah oui…?’
‘Ja. Ik werkte er. Als programmamedewerker, of toch iets in die orde.’
‘Euh…oui?’
‘Er was een receptie. U stond naast uw vader. Mathilde was druk aan de praat met Maxima. Ze giechelden ingehouden onder hun hoeden. Ik bevond me op twee meter afstand van u. En u keek, Sire. U keek een aantal seconden heel aandachtig naar iets.’
‘Naar Maxima?’
‘Nee, naar iets.’
‘….’
‘Mijn collega, een opmerkzame Nederlander, zei: ‘Ga je nou niet meteen omdraaien, maar prins Filip heeft net naar je achterwerk gestaard.’’
‘Ah oui….oui, nu u het zegt….draait u zich eventjes om ter controle?’
‘Maar Sire! Enfin!’
U moet ontzag en respect voor mij hebben, want ik ben de volgende koning.’
‘Goed dan, Sire.’

(….)

‘Ah oui, nu weet ik wie u was! Ik herinner me dat ik dacht: ja, dit is een echt vrouwtje…’
‘Ik kon het toen niet nalaten toch in uw richting te kijken, en ik glimlachte lichtjes naar u. U deed hetzelfde, maar na twee seconden wendde u uw blik af en nipte u van uw glas champagne. Het protocol, nietwaar….’
‘Oui…’

‘Het wordt alleen maar erger, Sire. Weet u wel waar u aan begint?’
‘Tout à fait. Maar België heeft me nodig.’
‘Denkt u dat écht?’
‘Euh….oui.’
‘Waarvoor dan?’
‘Voor de eenheid van het land. De stabiliteit.’
‘Als u het zegt…’
‘Oui.’

‘Sire, ik heb met u te doen.’
‘Pourquoi?’
‘Denkt u dan nooit: il fait beau, Filip, profitez du soleil; laten we lekker vrouwtjes gaan kijken op een Brussels terras?’
‘Ah, oui, bien sûr. Maar België heeft me nodig.’
‘Zegt wie?’
‘Elio di Rupo. Jean-Luc Dehaene. Alexander De Croo. Des hommes respectables, non? Ze zeggen dat de koning voor stabiliteit zorgt wanneer er politiek moeilijke perioden zijn.’

‘Ze kwaken maar iets, Sire. Niemand heeft u nodig, behalve als een vleesgeworden Jan Klaassen.’
‘C’est qui, Jan Klaassen?’
‘Dat moet u aan koning Willem-Alexander vragen, Sire. Maar kijk, ik heb, als geschenk voor uw nakende kroning van 21 juli een kinderboekje waarin u het zelf kan ontdekken. Jan Klaassen en de koningin die niet meer lachen kon van Klusje Frevel-Geyl. Lees het, want misschien kan u straks ook niet meer lachen. Als het boek niets uithaalt, moet u op recepties gewoon nog eens goed rondkijken, zoals op die 20ste  juni 2006. Maar ik zal er zelf niet meer zijn, Sire.’

‘Ah, oui…?’
‘Ik schrijf nu boeken, Sire, volgens sommigen net zo’n nutteloze bezigheid als het koningschap, maar ik verdien er helaas niet zoveel mee als u.’
‘Ah, oui….ik moet er nu vandoor, mevrouw. De eed afleggen.’
‘Goed, Sire. Vive la Belgique, et vive….hoe ging het ook alweer?’
‘Vive le roi, Madame.’
‘Juist, Sire. Kick some ass, Sire.’