Histoire de l’étape 17: een grote schande

Het gaat al lang niet meer over wie de beste is. Dat weten we nou wel. Het is een principekwestie geworden.Ik heb het over De Afdaling.

De Afdaling van de Col de Sarenne is helemaal geen weg, maar een onderdeel uit het Spel Zonder Grenzen of Te Land, Ter Zee en In de Lucht. Met dat verschil dat een foutje niet slechts een nat pak of een vileine opmerking van Bert Kuizenga (WAAR is Bert Kuizenga?!) tot gevolg heeft, maar een dwarslaesie – als je geluk hebt.

Gisteren waaiden de homevideo’s van De Afdaling opeens over het internet als paardenbloesem in een voorjaarsstorm. Iedereen kreeg ze te zien, de geulen, de peilloze diepten, de geitenpaadjes waar de renners vanmiddag met tachtig kilometer over heen moeten terwijl de hagelstenen op hun helmen tokkelen. En iedereen sprak er schande van. Dit kon niet! Dit mag niet! Dit is een schande! Dit is levensgevaarlijk!

Schanderoepers hebben gelijk
De meeste columns – toegegeven: ook die van mij – zijn zodanig opgebouwd dat dit nu het punt van de antithese is. Hier moet de stem des volks, het brommen der onderbuik, wat tegengas krijgen. Paar valide tegenargumenten aanvoeren, hyperbooltje hier, verkleinwoordje daar en hup: opwinding gebagatelliseerd. Kind kan de was doen.
Dit is niet zo’n column.

Die schanderoepers, volgens mij hebben ze gelijk. Je kunt veel maken als organisator van een wielerwedstrijd – de solidariteit in het peloton is zo lang als ie breed is en collectief protest is even zeldzaam als een duidelijk strijdplan bij Vacansoleil – maar je kunt ook te ver gaan. En volgens mij is dat moment nu aangebroken: de Tourdirectie heeft een grens overschreden.

Wanneer Alberto Contador en Nairo Quintana nog een reële kans op de Tourzege willen maken, zullen ze vandaag op de eerste beklimming van Alpe d’Huez moeten aangaan. Wanneer dat gebeurt, zal de koers niet meer stilvallen. En wanneer dat gebeurt, zullen er slachtoffers vallen op de dalende stroken van de Col de Sarenne.
Iedereen ziet het, iedereen weet het en toch gebeurt er niets. Geen ziedende stukken in L’Equipe, geen schande sprekende Touriconen, laat staan renners die hun fiets in de berm mieteren en zeggen: bekijk het maar. Niets, op wat onbestemd gepruttel na.

Problemen
Dat de organisatie bij regenweer overweegt de etappe in te korten tot een enkele beklimming van Alpe d’Huez is een zielloze poging een greintje menselijkheid te suggereren. Vergeet het: die menselijkheid is vernis, wat goudstof op een stuk steen. Wanneer de organisatie werkelijk inzat met de gezondheid van de renners, had men de Col de Sarenne geen seconde in overweging genomen. Dat de beslissing moet afhangen van het weer, getuigt niet alleen van volstrekte onkunde, maar ook van minachting van de renners: men vraagt problemen, men krijgt problemen en men weigert eenvoudig ze bijtijds op te lossen.

In de meeste columns zou het nu tijd zijn voor een relativerend slotwoord. Een ‘wij weldenkenden weten dat de waarheid immers altijd in het midden ligt’. Een ‘wie er met een ironisch afstandje naar kijkt, benadert de werkelijkheid het dichtst’. Of, voor gevorderden, een ‘wat zegt deze ophef over onszelf en de tijd waarin wij leven?’.
Dit is niet zo’n column.
Dit kan niet.
Dit mag niet.
Dit is een schande.
Dit is levensgevaarlijk!
Voor vandaag zal het vermoedelijk te laat zijn. Maar indien het peloton inderdaad straks met doodsverachting de Col de Sarenne afdaalt, laat het dan in elk geval de laatste keer zijn. Alsjeblieft.