Bultrug Johannes verwerkt als walvisworst

De een zijn dood is de ander zijn… energie? Het AD schrijft vandaag dat het kadaver van bultrug Johannes (of: Johanna) is verwerkt tot motorolie en stroom. Volgens de krant kunnen vijf meerpersoons huishoudens een jaar lang op het vet en het vlees van de bultrug teren.

Resumé: in de donkere dagen voor kerstmis vorig jaar spoelde er op zandplaat De Razende Bol (nabij Texel) een bultrug aan. Al snel bleek het dier niet meer te redden. Na een lange doodstrijd overleed het dier en werd ter plekke ontleed. Het skelet ging naar Naturalis, dat stond al vast. Maar wat te doen met die overgebleven 16.000 kilo stinkende walvisblubber?

Walvisworst
Het nieuwe draaiboek voor aangespoelde walvissen dat het ministerie van Economische Zaken deze week presenteerde – met de fantastische titel ‘protocol stranding levende walvisachtigen’ -, geeft daar een antwoord op: het moet worden vernietigd. Destructiebedrijf Rendac uit Son deed dat met de restanten van het meest besproken dier van 2012. Bedrijfswoordvoerder Tom Doomen zegt tegen het AD: “We hebben het kadaver verwerkt tot diermeel en diervet. Hoe dat gaat? Nou, we malen het vlees en de ingewanden eerst in kleine vierkante blokjes, daarna pasteuriseren we de vleesbrij en wordt het geheel onder hoge druk gesteriliseerd.”

De woordvoerder maakt een vergelijking met een slager die worst maakt: “Als je bijvoorbeeld hard in een worst knijpt, dan houd je een smeuïge substantie in je handpalm terwijl het vet langs je pols druipt. Dat gebeurde ook met Johanna. Het meel wordt opgekocht door een energiebedrijf als brandstof en het vet verkopen we aan de petrochemische industrie. Daar verdwijnt het vet bijvoorbeeld in motorolie. Haar vet en vlees is genoeg om vijf gezinnen een jaar lang van energie te voorzien.”