Histoire de l’etape 21: The End (volgens Sep Vanmarcke)

Sep Vanmarcke ligt op het gras. Zijn mond is lichtjes geopend, de ogen zijn gesloten. Zijn borst gaat hevig op en neer. Om hem heen zitten zijn ploegmaats. Gesink, Tankink, Nordhaug, Wynants, Leezer, Boom. Uitgelaten, opgewekt, doodop.

Het is volbracht. Nauwelijks twee meter verder, in een vertrapt perkje dat als een groene veeg op de smetteloze broek van de Champs Elysees zit, staat de tafel van het programma De Avondetappe. Zo direct zullen de renners één voor één live in de uitzending komen om over hun particuliere, drie weken durende Franse avonturenfeuilleton te vertellen, als teruggekeerde ontdekkingsreizigers, zeehelden die vergezichten schetsen die wij simpele zielen nooit zullen aanschouwen.

Jongens onder elkaar
De jongens van Belkin hangen in het gras, hun fietsen liggen als vergeten driewielers achter hen. Wanneer ze ploegmaat Stef Clement aan tafel ontwaren, gaan hun stemmen twee octaven de hoogte in. Ze beuken elkaar op de iele schoudertjes.
Opwinding van jongens onder elkaar.
Een NOS-medewerker laat twee sixpacks bier rondgaan. Het gesis van openklikkende blikjes.
Laurens ten Dam hangt achterover, kijkt naar de sterren boven Parijs en neemt een slok. De beste biercommercial die er nooit zal komen.
Sep Vanmarcke ligt op het gras als een slordig neergeworpen badhanddoek. Iemand houdt een blikje bier voor zijn gezicht. Neem, neem toch.
Sep Vanmarcke schudt van nee. Dan opent hij zijn ogen en staart naar de hemel. Minutenlang verroert hij zich niet.
Zo ziet uitputting eruit.
Zo ziet de Tour eruit.

Elf maanden slapen
Dan, als het programma voortgaat, er nieuwe gasten aanschuiven en de reserveringstijd in een chic Parijs restaurant nadert, krabbelt hij op en loopt achter zijn maten aan. Ze grijpen hun fiets en stappen op. Dan fietsen ze weg, weg van de Tour, richting een toekomst waar de honderdeerste Tour in de verte opdoemt. Ze zullen weer vol goede moed en met tonnen energie vertrekken, steeds weer opnieuw.
Sep Vanmarcke gaat straks naar bed. Heel, heel lang slapen. Elf maanden.
Als hij dan wakker wordt, begint ’t alweer bijna.