Bij hitte is een orgasme heftiger. Echt waar.

Het is eigenlijk te warm om brood te eten. Het is de reden waarom ik iedere zomer graatmager terugkeer van mijn vakantie. Daar was het te warm om brood te eten. Deze zomer ben ik thuis. Ik probeer geen brood te eten om toch een vakantiegevoel te ervaren.

Ik probeer de krant helemaal te lezen, zoals ik in het buitenland zelfs voor de hele Telegraaf genoeg innerlijke rust bezit. Ik probeer boeken te verslinden zoals ik ze in de zomerweken altijd verslind. Ik hoop dat ik over een paar weken graatmager ben en dat iedere zin die ik uitspreek van een personage van Remco Campert had kunnen zijn.

De eilanden
Het is te warm om brood te eten, maar we hebben weinig tijd. We zijn niet op vakantie namelijk. Ons favoriete broodje, dat vroeger nog als ‘tonijnfeestje’ op de kaart stond, maar nu gewoon als ‘boterham met lijngevangen bonito-tonijn’, wordt ook verkocht om mee te nemen. We hebben weinig tijd, dus willen graag ons broodje meenemen. Mijn huisgenoot bestelt twee tonijnfeestjes.

‘Ik ga in de schaduw lopen’, zegt mijn huisgenoot die ik ken als een van de grootste zonaanbidders. In de winter slaat mijn huisgenoot soms het ontbijt over, om wel naar Sundays te kunnen. In de late lente is dat dit jaar ook nog gebeurd.

Ik denk aan Sardinië, aan Ibiza en Formentera, ik denk aan Sicilië. Aan alle andere eilanden waar ik vorige zomers was. Als ik geen huisgenoot had gehad, had ik het huis kunnen verhuren. En had ik op vakantie gekund. Nu ben ik aan huis gekluisterd.

‘Ik heb zin in Vlieland’, zegt mijn huisgenoot. Vlieland is het enige eiland dat wij deze zomer zullen zien.

Als we ons broodje op hebben, wat mij betreft de enige maaltijd die ik deze dag zal nuttigen, nemen we afscheid. Mijn huisgenoot gaat weer aan het werk. Ik ga terug naar huis om de krant te lezen.

Nieuwe buren
In de straat wordt een jong stel met rolkoffers afgezet door een taxi. De chauffeur wenst ze een prettige vakantie. Ze moeten op de etage boven mij zijn. De bovenbuurjongen heeft zijn appartement deze zomer wel verhuurd.

’s Avonds kan ik niet slapen. Het is te warm om te slapen. Af en toe ga ik uit bed om mijn polsen onder de koude kraan te houden. De tuindeur staat open. Ik droom half dat de volgende dag mijn gezicht onder de muggenbulten zit. Ik hoor mijn nieuwe bovenburen met elkaar vrijen. Vrijen bij hitte is nog fijner, las ik eens. Ik probeerde het uit in een sauna op wintersport. Volgens mij klopt de theorie.

Ik weet niet of mijn nieuwe bovenburen er van weten. Misschien komen ze er vanavond bij toeval achter. Uiteindelijk val ik in slaap. De volgende ochtend heb ik wallen onder mijn ogen. Geen muggenbulten.