Discriminatie? Mannelijke schrijvers worden serieuzer genomen, weet ook J.K. Rowling

Het werd vorige week wereldnieuws: The Cuckoo’s Calling van Robert Galbraith bleek eigenlijk het thrillerdebuut van J.K. Rowling, geestelijk moeder van Harry Potter en hij-die-niet-genoemd-mag-worden. Heeft Rowling de vrouw verloochend door haar boek onder een mannelijk pseudoniem uit te brengen?

Het is niet de eerste keer dat Joanna Rowling haar vrouw-zijn niet van de daken schreeuwt. Voor de Harry Potter-reeks gebruikte ze initialen in plaats van haar voornaam – de K. is overigens net zo imaginair als de inhoud van de boeken – zodat de jongensdoelgroep niet afgeschrikt zou worden. Een klassieke truc onder schrijfsters, want een boek geschreven door een vrouw – stel je voor!

Eliot, Sand, Bell
Rowling was lang niet de eerste vrouw die zich kunstmatig wat masculiniteit aanmat. Een beroemd voorbeeld is George Sand, pseudoniem van geboren Parisienne Amantine Lucile Aurore Dupin (1804-1876). Dupins mannelijke alter ego werd in 1832 in het leven geroepen voor haar eerste roman Indiana, waarna ze onder die naam nog vele romans, literaire en politieke kritieken, theaterstukken en meer zou schrijven. Onderwijl hield ze er verschillende affaires op na – onder anderen met Chopin – en adapteerde ze haar mannelijke alter ego ook buiten haar schrijfwerk. Sand droeg mannenkleding en rookte publiekelijk tabak, en mocht schrijvers als Flaubert en Balzac tot haar bewonderaars rekenen. Toch was niet iedereen over haar te spreken. Baudelaire noemde haar dom en praatziek en vond het uiterst teleurstellend dat zijn mannelijke tijdsgenoten van haar gecharmeerd waren.

Rond dezelfde tijd schreef Mary Ann Evans (1819-1880) onder het pseudoniem George Eliot een essay getiteld Silly Novels by Lady Novelists (1856). Hierin bekritiseerde ze het werk van haar vrouwelijke soortgenoten, dat volgens haar uitblonk in onnozelheid. Nadat haar debuutroman Adam Bede goed was ontvangen onthulde ze haar ware identiteit, en haar succes was blijvend. Ook de zussen Charlotte, Anne en Emily Brontë, bekend van klassiekers als Jane Eyre en Wuthering Heights, publiceerden onder mannelijke pseudoniemen. Als de broers Currer, Acton en Ellis Bell distantieerden ze zich net als Evans en Dupin van het negatieve imago dat vrouwelijke schrijvers rond 1850 hadden.

Gender anno nu
In de Victoriaanse tijd was een mannelijk pseudoniem voor vrouwen bijna noodzakelijk om serieus genomen te worden als schrijver. Speelt gender tegenwoordig nog steeds een rol? Uit verschillende studies blijkt dat mannelijke auteurs inderdaad beter verkopen. Ook het aantal recensies in Engelse kranten dat aan werken van mannelijke schrijvers wordt gewijd is aanzienlijk hoger, zo bleek uit een onderzoek dat The Guardian vorige maand publiceerde. Non-fictieboeken van vrouwen waren goed voor slechts 37,6 procent van de recensies. Bij fictie lag dit percentage iets hoger, namelijk 40,5 procent.

In een artikel in Wall Street Journal geeft een uitgever van Penguin toe dat bij debuterende vrouwelijke auteurs vaker voor een mannelijk of androgyn pseudoniem wordt gekozen. Want waar vrouwen zowel boeken van mannelijke als vrouwelijke schrijvers lezen, kiezen mannen, treurig maar waar, vaker voor werk van hun seksegenoten. En de verkoopcijfers zijn belangrijk, zo zal elke beginnende schrijver beamen.

Rowling riep Robert Galbraith niet in het leven om hogere verkoopcijfers te genereren. Een boek van een bestsellerauteur verkoopt ongeacht geslacht nog altijd beter dan dat van een mannelijke debutant. Om een bestsellerauteur te worden is het echter nog altijd een stuk handiger om een man te zijn, of in ieder geval te doen alsof. En dat wist J.K. donders goed.