Hoera: we zijn net zo rijk als in 1998

Alarmerend nieuws van een onderzoeksinstituut waarvan ik de naam gelukkig alweer vergeten ben: de koopkracht van de gemiddelde Nederlander is sinds 1998 niet gestegen.

Voordat u besluit om dit gruwelijke onderzoeksresultaat het begin te laten zijn van een komende herfstdepressie (of zomerdepressie): je kan dat ook anders zien. In 1998 hadden we het hartstikke rijk. Minister Zalm van Financiën had zoveel geld over dat hij uit pure gekkigheid besloot om alle ex-studenten hun studieschuld kwijt te schelden. Kortom: dat we het 15 jaar later nog steeds zo goed doen is geen teken van zwakte, maar juist een verdienste van belang.

Altijd maar groei
In 1998 hadden we net een paar jaar internet, de werkloosheid stond op een na-oorlogs dieptepunt en het tweede kabinet Paars onder leiding van de immer sombere en sobere Wim Kok presenteerde begrotingen die (werkelijk waar) een overschot vertoonden. De woningmarkt stond in volle bloei, huizenprijzen stegen elk jaar met meer dan tien procent. Wer jetzt kein Haus kauft, kauft sich keines mehr, was het motto, vrij naar de Duitse dichter Joseph Maria Rilke, die toen overigens, dit voor de literaire ignoranten, allang niet meer leefde.

Maar economen en politici, belijdende leden van de pseudo-wetenschap die vooruitgangsgeloof heet, namen geen genoegen met de mate van welvaart die wij al vijftien jaar geleden hadden bereikt en die mij gedurende het grootste deel van mijn volwassen bestaan een comfortabel bestaan heeft bezorgd: zij geloven oprecht dat het slecht met ons gaat als de economie (althans dat deel dat meetbaar is) geen groei vertoont. En praatten ons vervolgens diverse depressies aan die er helemaal niet waren. Zeker na de invoering van de euro in 2002 zijn zij het spoor volledig bijster geraakt. En hebben ze het overzicht verloren.

Einde aan het collectieve zelfbeklag
Elke student van de recente geschiedenis van Nederland en Europa weet dat we in dit wereldddeel nog nooit zo’n lange ononderbroken periode van welvaart hebben meegemaakt. Sinds 1945 (dat is 68 jaar geleden) gaat het eigenlijk alleen maar beter en beter. De Gouden Eeuw van de Nederlanden in de zeventiende eeuw duurde, geloof ik, korter. En als de voortekenen niet bedriegen staat de Europese economie aan een vooravond van een nieuwe bloeiperiode.

Tijd, daarom, voor een einde aan het collectieve zelfbeklag en chagrijn waaraan wij ons de laatste jaren zo graag bezondigen. Tijd voor een frisse blik op ons land en de rest van de wereld, want die waren wij ook al uit het oog verloren. Veertig jaar na de Grenzen aan de Groei (het Rapport van de Club van Rome, wie weet het nog) is het tijd om dit land opnieuw uit te vinden. De Portugezen gaan van armoede weer vissen in de oceaan, zag ik tot mijn vreugde. Laten wij, vanuit onze eigen expertise, hetzelfde gaan doen.