De Johan Kutstraal

Ik had van alles kunnen doen zaterdagavond.

Ik had een sonnet voor mijn vriendin kunnen schrijven, een begin kunnen maken met Het leven een gebruiksaanwijzing (Georges Perec) dat ik naast mijn bed aantrof – het boekenleggertje verwijtend tussen de eerste twee pagina’s geklemd – ik had mezelf op Youtube de relativiteitstheorie kunnen laten uitleggen door een Chinees meisje en ik had een vriend kunnen bellen om op een Utrechts terras het onweer af te wachten.

Johan Fruitschaal
Had ik allemaal kunnen doen, maar in plaats daarvan zat ik in een mij volstrekt onbekend café en keek op een korrelig tv-scherm naar het begin van de Nederlandse voetbalcompetitie.
Ik weet eigenlijk ook niet waarom.
Voor mij stond een vol glas Bavaria en een bakje verdacht uitziende zoutjes van diverse pluimage.
Naast me zat een jongen die ik niet kende, maar die in mij kennelijk een geestverwant had herkend. Ten onrechte.
‘Voor wie ben je?’ vroeg hij. Hij rook naar een gerecht met bosuitjes.
‘Voor niemand,’ zei ik.

Vroeger antwoordde ik op dat soort vragen wel eens: ‘Voor de sympathiekste’ of: ‘Voor de best spelende ploeg’. Dat soort antwoorden vergt veel van de fantasie van mensen – daarom houd ik het tegenwoordig maar bij ‘niemand’, wat niet onwaar is. Het kan me eigenlijk nooit schelen wie wint of verliest – zeker niet sinds Michael Ballack met voetballen is gestopt.

‘Ik ben voor AZ,’ zei de jongen, die een roze polo droeg met op de rug in grote, witte letters het woord POLO. In zijn haar had hij een zonnebril, op de Henk-Jan Smits-manier die nog altijd getolereerd wordt in het straatbeeld.
‘Of eigenlijk ben ik vooral tegen die kutjoden. Die gun ik niks, nog niet eens de Johan Fruitschaal.’
‘O,’ zei ik. De Johan Fruitschaal, die kende ik nog niet.

020
Vervolgens begon de polo – hij droeg ook nog een witte, linnen broek en dezelfde slippers als ik – uit te leggen wat er allemaal niet deugde aan de wedstrijd om de Johan Cruijff Schaal, die hij afwisselend Fruitschaal, Lulschaal en Kutstraal noemde:

* Hij werd altijd gespeeld in de Amsterdam Arena, ‘een kutstadion in 020’
* Hij werd altijd gespeeld als de helft van Nederland nog op vakantie was.
* Ajax was vaak een van de twee spelende teams.
* De schaal was vernoemd naar een ouwe zak, ‘en we weten allebei donders goed wie’.

Er was weinig tegenin te brengen, dus dat deed ik ook maar niet.
Zwijgend dronken we van ons bier. Boven onze hoofden hing een stoffige Wuppie.
Toen AZ op 0-1 kwam, vierde POLO dat door zijn bier in mijn schoot te kieperen.
Bij de 0-2 had hij nog geen nieuwe.
Halverwege de tweede helft begaf het televisiegeluid het.
Geen punt, voor POLO.
Hij gaf zo vaak commentaar. En beter dan die gasten uit Hilversum.
‘Of niet dan?’
‘Veel beter,’ zei ik.

Het werd een avond die pas tegen de nacht tot een eind kwam. Dat einde – een beeld van Siem de Jong met de Johan Cruijff Schaal – werd niet door iedereen gewaardeerd.
‘Gore tyfus-De Jong met z’n 020-hoofd.’
Daarna vroeg hij of ik ook hoopte dat Ajax failliet zou gaan en of ik vond dat hij bij FOX Sports moest solliciteren.
Een beetje in het wilde weg antwoordde ik: ‘Ja.’
Da’s vaak het beste.
‘Ik kan van alle wedstrijden iets maken. Ik ben een entertainer. Geef mij een kutpot en ik maak er wat van. Zelfs van de Johan Kutstraal.’
Nu antwoordde ik even niets meer, want POLO had zojuist voor de tweede keer een Bavaria leeggegoten in mijn schoot.