De onduidelijke perspectieven van het ‘Jonge’, ‘Nieuwe’ PSV

Stel: je hebt de afgelopen paar jaar het voetbal niet gevolgd (“Drukdrukdruk!”) en je zette gisteravond eindelijk weer eens je televisie aan.PSV  – Zulte Waregem.
Godsallemachtig, zou je dan hebben gedacht. Zenden ze bij de NOS nu ook al oefenpotjes live uit?

Zotte Sjarel
Zulte Waregem, dat ruikt naar dikke frieten met saus, naar mest op de rijbaan, naar oude pinten. Naar gras dat net gemaaid is door Zotte Sjarel.
Zulte Waregem, dat klinkt naar liedjes van Will Tura en naar het prachtige tikken van de biljartballen in een verlaten kantine.
Zulte Waregem, dat is een club met 1 veld waar de kalk decennialang geulen in heeft uitgebeten. Een vochtige bal die net niet helemaal hard is opgepompt. Een kassahokje waar je op zondag een ticketje voor de match kan kopen. Voor een euro.

Een tombola op het zomertoernooi.
Een keeper met overgewicht.
Om eerlijk te zijn: Zulte Waregem klinkt gewoon heel erg naar een documentaire van Hans van der Meer.

‘De knikkers’
Tot zover.
PSV – Zulte Waregem bleek gewoon een keiharde topwedstrijd om wat ze in bepaalde kringen ‘de knikkers’ noemen. Champions League. Miljoenen op het spel.
Ik kon de wedstrijd niet zien, ik had vrienden te eten. Vrienden die niet op de hoogte zijn van het bestaan van zoiets als Zulte-Waregem.
Stom natuurlijk: vrienden uitnodigen als PSV en Zulte Waregem elkaar bestrijden, maar om eerlijk te zijn: ik ben er nog niet helemaal klaar voor, voor dat voetbalseizoen. Voetbal is een wintersport: zolang ik mijn zwembroek nog steeds binnen handbereik heb, kan ik de sport onmogelijk serieus nemen.

Een vriend van mij wel.
Die zat gisteren gewoon in het stadion.
Ik vind dat nogal wat: tijdens je vakantie naar het stadion, zelfs als het een wedstrijd om de knikkers betreft. Alsof je op zondag de wekker zet. Of met Pasen op zoek gaat naar een kerstboom.
Had mijn vriend geen last van. Die ging gewoon. PSV-shirtje aan en juichen maar.

Jong en Nieuw
Niets zo eenvoudig dezer dagen dan PSV-fan zijn: onsympathieker, tegenvallender, frustrerender, slechter en ergerlijker dan vorig seizoen is onmogelijk, dus alles kan alleen maar meevallen.
En het valt tot op heden ook allemaal erg mee.
De zanikende would be-topvoetballers zijn geloosd in ruil voor talloze miljoenen, de zeverende generaal is vervangen door een zachtaardige majoor en de nieuwe spelers zijn vooral splinternieuw.

‘Nieuw’ houdt in het voetbal altijd een belofte in. ‘Nieuw’ is bijna altijd goed, zeker als ‘Nieuw’ ook nog eens ‘Jong’ is. Wie ‘Nieuw’ en ‘Jong’ is, moet het al bont maken om de publieke opinie tegen zich in het harnas te jagen.
In het geval van PSV lijken ‘Nieuw’ en ‘Jong’ ook ‘Goed’ te worden. Maher is de beste voetballer van Nederland, Zoet is een jonge keeper in een lange traditie van uitstekende Nederlandse doelmannen (gedegen, talentvol en oersaai), ergens in Wijnaldum vermoeden we nog altijd het onbevangen Feyenoord-talent van vijf jaar geleden en de naam Bakkali zingt al zo lang ik me kan herinneren als een reusachtige belofte door de wandelgangen van de voetballerij.

Vanochtend las ik vijf verslagen van de wedstrijd PSV – Zulte Waregem. In alle vijf werd de gemiddelde leeftijd van PSV genoemd.
“Nauwelijks 21 jaar”. Op een toon van: in Amerika mag de gemiddelde PSV-er nog geen drank kopen, maar voor de Champions League is ie mooi wel oud genoeg.
Iedere journalist had zo zijn eigen adjectief om die jeugd te benadrukken: fris. Vrolijk. Nieuw. Gerestaureerd. Opvallend. Of gewoon: jong.
Extreem jong.
Lekker jong.
Nergens stond: onverantwoord jong.

Bij elkaar geraapt & Onervaren
Komt volgende week wel weer, als Bakkali zich vastloopt in de paar sprieten die Zotte Sjarel vergeten is, of als Wijnaldums lach vervliegt in de geur van verschraalde pinten, of als Stijn Schaars plots geen kapitein van een zeewaardig schip meer is, maar een lichtmatroos op de Titanic.
Kan zomaar gebeuren. Zo snel kan ‘Nieuw’ en ‘Jong’ ‘Bij elkaar geraapt’ en ‘Onervaren’ worden.

Om met de grote denker Johan Derksen te spreken: ook dat is de voetballerij.