Jongens die van voetbal houden

Uiteindelijk zijn er maar twee soorten jongens: jongens die van voetbal houden en jongens die niet zo van voetbal houden. Jongens die van voetbal houden stappen ’s avonds op de fiets om met drie man in de regen te trainen en die jaloers kijken naar een potje in het park met doeltjes van opgepropte jassen.

Jongens die de krant van achter naar voren lezen.
Jongens ook voor wie liefde geen hartje is, maar een zwart-wit bezeshoekte bal.

Jongens die die liefde, even onvoorwaardelijk als overheersend, trachten te kanaliseren door er over te schrijven. Over alles wat van voetbal de perfecte geliefde maakt: mistwedstrijden, kijken naar wedstrijdjes op straat, de zoete smaak van een eerste training, als de velden nog geel en de doelnetten nog opgeborgen zijn, Drie tegen Drie, tribuneburen, MMO (Met Moeite Opgericht), voor het eerst met een haarbandje, clubs met 1 veld en je scriptie verdedigen tegenover Ted van Leeuwen.

Jongens die begrijpen dat een bal zo eens in de zoveel tijd uit een sloot gevist moet worden, dat voetbalkantines naar verschraald bier en bijna-gare patat moeten ruiken. Jongens die weten dat kicksen zo zwart mogelijk moeten zijn, met ronde noppen, als het even kan. Noppen waar het zand aan blijft kleven, zand dat je op de kleedkamertegels los kan slaan, om het daarna met de veger naar het midden van de ruimte te vegen.

Jongens die hun voetbaltas nog achterop hun fiets binden, ook als ze een auto hebben.
Jongens met een baan, een studie, relaties, ambities, vrienden, interesses, liefhebberijen, met boekenkasten en DVD-collecties, jongens die desondanks niets liever doen dan op zaterdagavond de wekker voor zondag zetten.
Jongens die tijdens hun zomervakantie fantaseren over het volgende seizoen, dat sowieso hun jaar gaat worden.

Jongens die in hun leven zoveel topwedstrijden hebben gezien dat ze donders goed weten wat er bij hen zelf allemaal aan schort en die desondanks de ‘Jongen wordt van de Arena-tribune geplukt’-droom blijven dromen.

Jongens die een abonnement op de Groene Amsterdammer en Voetbal International hebben, en nooit twijfelen welke van de twee het eerst uit het plastic te halen.
Jongens die het gevoel kennen van soppende kousen in voetbalschoenen.
Jongens die tijdens de warming-up de kwaliteit van hun tegenstander proberen in te schatten op basis van niets anders dan uiterlijk.

Jongens die weten dat alles goed kan komen, als je maar gewoon lekker blijft voetballen.
Jongens zoals Sjaak Baars en Vincent van Beest.
Jongens die stukjes schrijven over voetbal, stukjes die een boek worden.
Jongens die van voetbal houden.