Het gevecht met de vooruitgang: uiteindelijk verdrinken we allemaal

Woensdagavond stelde de hoofdcommissaris van de politie van Amsterdam in Knevel en Van den Brink dat de smartphone onaantrekkelijker maken voor zakkenrollers cruciaal is in het bestrijden van de diefstal ervan.

Ik hoorde de commissaris interessante dingen opperen over wetgeving die industrie en providers de kans moet geven om een gestolen telefoon onbruikbaar te maken, maar de combinatie van de woorden ‘smartphone’ en ‘aantrekkelijk’ deed me afdwalen. Ik dacht aan de oude man die ik deze week bij Aldi in de weer zag met zijn pas gekochte smartphone.

‘Ik kan er niet mee bellen’
Maandagochtend. Ik sta in de rij aan de kassa van de Aldi. Een man van minstens tachtig stapt de winkel binnen via de uitgang en gaat meteen naar de kassierster. Hij heeft een grote plastic tas bij zich. ‘Ja, mijnheer?’ zegt de vrouw. De handen en stem van de man beven. ‘Ik kan mijn smartphone niet in elkaar steken, madame. Ik heb dat hier zaterdag gekocht, maar ze stellen allerlei vragen als ik het ding aanzet. Ik heb er zelfs nog niet mee kunnen bellen.’ Hij laat met trillende handen de minigebruiksaanwijzing zien die bij het toestel werd geleverd. De smartphone zelf haalt hij tevoorschijn uit een keukenhanddoek, die in een plastic tas van Zeeman steekt.

‘Heeft u tijd?’ vraagt de man aan de kassierster. Zij lacht bijna verlegen. Haar collega hoort het gesprek en snauwt: ‘Dat had je dan hier niet moeten kopen, mijnheer, als je met zoiets niet overweg kan. Wij doen niet aan service voor dat soort dingen.’ De man loopt rood aan. ‘Ja, maar ik heb hier zaterdag met een vriendelijk madameke gepraat. Ik herinner me haar naam niet meer, maar ze zei dat ik mocht terugkomen als het toestel niet werkte.’ ‘Dat kan,’ zegt de sympathieke kassierster, ‘maar ze zal bedoeld hebben dat je het mocht melden als het toestel kapot bleek. Heb je niemand in de familie die kan helpen?’ De man schudt het hoofd. ‘Nee, nee, niemand.’ Hij wijst naar zijn smartphone. ‘Ik kan er niet mee bellen.’

De wachtenden achter mij worden ongeduldig. ‘Ik zal niet kunnen helpen, mijnheer’, zegt de kassierster. ‘Sorry,’ zegt de man, ‘dat ik u stoorde. Ik zal het eens vragen aan Joost. Hij is een vriend van mij – u weet wel, Joost, die bij de slager hiernaast werkt. ‘Ja, doe dat’, snauwt de brutale kassierster. ‘Sorry’, herhaalt de man. Hij wikkelt zijn smartphone opnieuw in zijn keukenhanddoek en wandelt ontgoocheld naar buiten.

Digitale oceaan
Bijna wilde ik de man achternalopen, en hem zelfs omhelzen, en zeggen dat hij ook zonder smartphone gelukkig zou kunnen sterven, en dat hij beter een gewone telefoon zou kopen waarmee hij simpelweg kon bellen. Maar zo aantrekkelijk als smartphones zijn voor dieven, zo gegeerd zijn ze vandaag ook door ouderen. Eind juni bleek uit onderzoek van GfK dat de stijging in het gebruik van tablets en smartphones deels veroorzaakt wordt door ouderen. Zo heeft een derde van de 65-plussers een tablet en gebruikt hetzelfde percentage een smartphone. De digitale revolutie is een oceaan waarin iedereen wil zwemmen, maar velen ook verdrinken.

‘Dat mensen zo dom kunnen zijn om zoiets te kopen’, hoor ik de gemene kassierster tegen een klant sissen terwijl ik betaal. Buiten, op de parking van de supermarkt, schuifelen de voeten van de oude man over het hete asfalt. Joost heeft hij duidelijk niet weten te vinden. Hij is het gevecht met de vooruitgang  aangegaan en heeft het hoofd moeten buigen. Maar als levend standbeeld van een voorbije tijd vond ik hem vele malen grootser dan een kassierster die niet besefte dat ook zij op een dag maar moeizaam zou begrijpen waarvoor het glimmende toestel in haar gerimpelde handen precies diende.