Wesley belt Louis

‘Met Louis! Hou het kort!’
‘Lowie! Met Wesley!’ 

‘Verhoek?’
‘Nee.’

‘De Ruiter?’
‘Nee.’

‘Snipes?’
‘Sneijder.’
‘Aaaaaah ja. Sneijder. Hallo Wesley!’

‘Ha Lowie. Ben je druk?’
‘Enorm! Ik moet nog een nieuw opschrijfblok halen voor de wedstrijd tegen Portugal, daarna heb ik een afspraak bij Radio Rijnmond om Cor Pot even kort te beledigen en daarna ga ik met Truus gourmetten bij Kees Jansma en z’n vrouw. En jij? Ook druk?’

‘Ik versta je heel slecht Lowie, ik bel vanuit het krachthonk.’ GELUID VAN IETS ZWAARS DAT OP DE GROND VALT. ‘Dat waren honderdveertig kilootjes.’
‘Wesley?! Mijn bereik is heel slecht.’

‘Lowie, ik wil je wat vragen.’
‘Nee Wesley, hoe vaak moet ik je het nou nog zeggen? Ik leen mijn maximegafriteuse niet meer aan je uit. De vorige keer heeft Truus nog een hele avond staan schrobben. Duurde twee sponsjes voor ze dat vet eruit had. Nog bedankt trouwens.’

‘Lowie, ik moet het echt weten.’
‘NEE Wesley, voor de laatste keer: ik ga geen Yolanthe-sieraden dragen. Niet in het openbaar en niet privé. Dat is een principe.’

‘Lowie, ik begrijp het niet.’
‘Dat weet ik.’

‘Je hebt gezegd dat ik het niet begrijp. Op de televisie. Hoor ik allemaal van Yo, die zit de hele dag voor die buis met een lege zak chips. Nederlandse tv kijken. Ken jij de MAX Geheugentrainer trouwens, Lowie? Vindt Yo leuk.’
‘Het Boodschappenspel!’

‘En het filmpje! Met noltastische beelden van het Poliojournaal!’
‘Ken ik. Ik weet altijd alle boodschappen. Omdat Truus meeschrijft. Iemand hebben die meeschrijft, daar begint het allemaal mee. Als je niet meeschrijft, kun je niet anticiperen.’

‘Maar Lowie, over dat ik iets niet snap…’
‘Wat is daarmee?’
‘Wat is dat dan?’
‘Wat?’
‘Wat ik niet snap?’
‘Wat snap je niet?’

‘Dat waarvan jij niet zegt dat ik het snap. Toch?’
‘Vraag je dat nou aan mij?’

‘Ja.’
‘Jij belt mij, maar je snapt niet waarover?’

‘Eeeh… Dat snap ik effe niet.’

GELUID VAN IETS ZWAARS DAT OP DE GROND VALT. DAARNA EEN VROUWENSTEM DIE VRAAGT OF HET NOG LANG DUURT.

‘Ben je nog steeds in het krachthonk?’
‘Eh, ja. Lowie, waarom heb je mij nooit gebeld?’

‘Ik heb je vorige week nog gebeld!’
‘Kan ik me niks van herinneren.’

‘We hebben gepraat over het feit dat ik je in de gaten zou blijven houden.’
‘Ik denk dat ik toen in het krachthonk zat, Lowie, sorry.’

FLUISTERENDE VROUWENSTEM DIE VRAAGT OF ZE NOG EEN KEER DE WEGWERPBARBECUE OP DE GROND MOET LATEN VALLEN. DAARNA HET GELUID VAN EEN BLIKJE ICETEA DAT WORDT OPENGETROKKEN.

‘Dat krachthonk waar je nu ook zit?’

‘Ik probeer fit te worden, Lowie.’
‘Het wil alleen niet zo lukken, geloof ik. Neem toch een voorbeeld aan Paul Verhaegh!’

‘Wie?’
‘Je snapt het niet, he?’

‘Dat je geen zinnetjes moet laten lekken. Dat ik nooit met jou zou bellen – onzin! We zijn nu aan het bellen, nota bene?!’
‘Maar nu bel ik jou toch?’

‘Maar wat ben ik dan aan het doen?’
‘Eeeh…?’
‘Aan het bellen!’
‘Eeeh…?’
‘En met wie ben ik aan het bellen?’
‘Met mij.’

‘Dus?’
‘Dus?’

‘Dus ben ik met jou aan het bellen? Snap je?’

‘Ik geloof van wel.’
‘Ik geloof van niet.’
‘Ik geloof het eigenlijk ook niet.’

‘Nou, dat is wat ik zei, gister.’
‘Wat?’
‘Dat je het niet snapt.’
‘Oh ja. Nou, dat wilde ik even weten. Dankjewel Lowie! Ik pak zo de heli naar Noordwijk, ben ik nog op tijd voor de lunch! JOE!’