Wie goed doet? Mijn reet!

Bos en Lommer, Amsterdam. Het flatje om mij heen kijkt uit op een kerk. Daar waar elke zondag gepredikt wordt over wie goed doet, goed ontmoet, zo stel ik mij voor.

Ik ben op bezoek bij zoon en zijn vriendin. Een maand geleden kwamen zij hier wonen. Sindsdien rukken wij ouders wekelijks uit met schuurpapier en verfrollers en bestoken het stel met nonsens als: ‘Na het verhuizen van een koelkast mag je deze vierentwintig uur lang niet gebruiken’ Zij bekijken ons dan welwillend om zich er vervolgens geen zak van aan te trekken, en dat is goed.

Meneer Arabou
De huurbaas, meneer Arabou, is een toffe gast. Hij is altijd in voor een grapje, installeert nieuwe sloten, incasseert met een gulle lach torenhoge bedragen aan borg en huur en lult onze kinderen de oren van hun kop. Dat ze zich netjes moeten gedragen, dat ie niet houdt van rotzooi, etcetera. Wij ouders kijken dit tevreden aan, er wordt op ze gelet. Ouders zijn simpele wezens, tevreden met elk flintertje (schijn)veiligheid. Ditmaal afkomstig van de goede meneer Arabou uit Hoofddorp. Want dat hij goed doet weten wij zeker. Zo’n aardige man. Hij komt elke dag even kijken. Of alles okay is. En elke keer neemt hij morgen nu echt de portieksleutel mee, hoor. Want die vergeet hij telkens. De mallerd.

Ineens laat meneer Arabou niets meer van zich horen. Er is nog steeds geen portieksleutel. Zijn telefoon lijkt dood en zijn adres staat niet in het huurcontract. Waar is meneer Arabou? We zien nog helder voor ons hoe hij joviaal zwaaide bij het weggaan. Het zal door de ramadan komen, daar vertelde hij vaak over. Hij heeft natuurlijk razende honger. Arme man.

Vergissing
Zoon en vriendin zijn dolgelukkig in hun flatje. Het is dan ook een prettige plek. Met bomen voor en achter het huis en dichtbij de stad. Alles blinkt en ademt geluk. Het laminaat ligt erbij als een zojuist aangeharkt, nog niet belopen zandpad.

Dan gaat de bel. En nog eens. Er blijken meer mensen te zijn die het een fijn flatje vinden. De woningbouwmevrouw die de ‘bezichtiging’ leidt bevestigt dit. Het is een gewilde buurt. Een stoet van vreemden trekt door het huis. Knikken vriendelijk, als Japanse toeristen. Leuk zeg, die bank, mooi hoor, dat laminaat. De woningbouwmevrouw snapt er ook niets van. Het zal vast een vergissing zijn.

Dan een bericht van de bank. Meneer Arabou’s rekeningnummer bestaat niet meer. Meneer Arabou zelf waarschijnlijk ook niet. Wij kunnen het amper geloven. Zo’n vriendelijke man. Zou hij in een kosmisch gat zijn gevallen? Werd de ramadan hem fataal?

Illegale onderhuur
Afijn. Zoon en vriendin staan binnenkort weer op straat. Veertig vierkante meter Slätten Ikea-kliklaminaat rijker, een fijn flatje, heel veel geld en meerdere illusies armer. Reden: illegale onderhuur. Het flatje zelf zal nog jarenlang op de hel verlichte kerk uitkijken. Helaas zonder zoon en vriendin.

Wie goed doet? Mijn reet.

In mijn diepste dromen zoek ik meneer Arabou op. Scheld hem he-le-maal verrot. Hoofddorp siddert in het donker.