Cristiano Ronaldo, Portugal – Nederland en een man van Tele2

Dit ga je niet geloven. Echt, ik ga nu iets vertellen en je gelooft het niet. Ik geef toe: het is een vrij ongeloofwaardig verhaal. Een verhaal dat met ieder detail een beetje meer ongeloofwaardig wordt, maar toch is het echt gebeurd.
Hoe en waarom, dat weet ik ook niet.

Het gebeurde gisteravond. Ik zat aan de keukentafel, at een bak cruesli en wachtte tevergeefs op de komst van een team van Tele2, dat mijn televisie- en internetverbinding zou komen installeren. Om eerlijk te zijn was ik het geloof in hun komst al een beetje verloren: het aangekondigde uur was inmiddels twee dagen verstreken.

Lusteloos bladerde ik door de krant van twee dagen terug – misschien dacht ik dat dat wat zou helpen. Ik las over Portugal-Nederland, en het belang van die wedstrijd.
Dat belang leek nihil, maar dat zag Louis van Gaal dus anders.
Ik las over Paul Verhaegh, over wie ik nog een vilein stukje had geschreven.
Uiteindelijk las ik zelfs over doping in het honkbal, een matige balletvoorstelling en tot slot las ik alle overlijdensadvertenties (drie keer).
Er waren weer aardig wat mensen onnodig aan hun eind gekomen.

Cristiano Ronaldo
Uiteindelijk ging de bel dan toch. Twee keer.
Handig, dacht ik. Dan weet je dat het Tele2 is.
Het was Tele2 niet.
Het was een jongen die ontzettend op Cristiano Ronaldo leek.
Het was Cristiano Ronaldo.
Hij was geheel in tenue.

De meeste mensen zitten niet op avondlijk bezoek te wachten. Ik ook niet. Maar eigenlijk was ik al lang blij dat Paul Verhaegh niet voor mijn deur stond om verhaal te halen (“Dus jij verdient je geld met flauwe stukjes over andere mensen? En hoe denk jij dat andere mensen zich daarbij voelen? Of denk je dat rechtsbacks geen gevoel hebben?”).

‘Hallo,’ zei Cristiano Ronaldo. ‘Daar zijn we dan.’ (Hij was alleen).
Hij drukte me een slordig in papier verpakte fles van het een of ander in de hand en liep langs me, de gang in.
Ik er op een holletje achteraan.
Bij de deur naar de woonkamer werd ik tegengehouden door mijn vriendin.
‘Wie is dit?’
Omdat ik het verwarren van mijn vriendin over het algemeen tot een minimum tracht te beperken, antwoordde ik: ‘Dat is de man van Tele2.’
‘Ik dacht dat jij had gezegd dat ze met z’n tweeën zouden komen. Tele-twee.’
‘Die ander komt zo, denk ik. Files.’
‘Hoe kom je aan die fles wijn?’
‘Welkomstgeschenk.’

In de woonkamer lag Cristiano Ronaldo languit op de bank. Zijn kicksen had hij netjes uitgetrokken. Verwoed drukte hij op de knoppen van de afstandsbediening.
‘Hij doet het niet,’ zei hij.
‘Nee,’ zei ik.
‘Daar komt u toch voor,’ zei mijn vriendin.
‘Wilt u wat drinken?’ vroeg ik.
‘Wat heb je?’ vroeg Cristiano Ronaldo.
‘Koffie. Thee. Fris. Wijn. Bier. Water. Roosvicee. Melk.’
‘Heb je Corona?’
Dat had ik niet.
‘Doe dan maar thee.’

Droge hitte
Toen ik terugkeerde met thee voor drie, zat mijn vriendin naast Cristiano Ronaldo op de bank. Ze las een boek en maakte niet de indruk in te zijn voor enige sociale interactie.
Ik nam tegenover ze plaats, in de voetbalkijkstoel.
‘Lastig om hier te komen zeker?’ vroeg ik maar.
‘Gaat wel,’ zei Cristiano Ronaldo. ‘Je moet je weggetjes weten.’
‘Bent u nog op vakantie geweest?’ vroeg ik.
‘Dubai,’ antwoordde hij.
‘Warm zeker?’
‘Veertig graden. Maar het is een droge hitte, hè. Niet zoals hier in Nederland, hier is het altijd meteen zo drukkend. Dat is daar niet.’

Ik knikte. Cristiano Ronaldo blies in zijn thee.
Mijn vriendin keek af en toe geërgerd op van haar boek, zuchtte eens hartgrondig en las weer verder.
‘De wedstrijd begint zo,’ mompelde Cristiano Ronaldo.
Ik knikte.
‘Maar je tv doet het niet,’ voegde hij er aan toe.
Ik knikte nu voor de derde keer achtereen.
‘Dus kunnen we niet kijken,’ concludeerde hij.
Nu knikte ik niet meer. (Er zijn grenzen)
‘Doe er wat aan, zeveraar,’ hoorde ik mijn vriendin fluisteren.
‘Wat zegt u?’ vroeg Cristiano Ronaldo.
‘Niks joh.’
‘Ik kan wel iemand bellen,’ zei hij en hij haalde een telefoontje uit zijn kous.
‘Als dat zou kunnen,’ zei mijn vriendin hatelijk. ‘Dat zou echt fantastisch zijn.’

Een man van Tele2
Tien bijzonder pijnlijke minuten later werd er voor de tweede keer die avond gebeld. Voor de tweede keer ja.
Er stond een man met een snorretje voor de deur. Over zijn Nederlands Elftal-tenue droeg hij een jas van Tele2.

‘Goh, Paul Verhaegh,’ zei ik.
‘U hep gebeld?’ vroeg hij en liep meteen door naar binnen.
Het installeren nam nauwelijks vijf minuten in beslag.
Daarna lustte Paul Verhaegh wel een bakkie en ging hij tussen mijn vriendin en Cristiano Ronaldo op de bank zitten.
‘SBS,’ zei Cristiano Ronaldo.
‘Helemaal zwart, met suiker en melk,’ zei Paul Verhaegh.
Gedrieën keken we naar de wedstrijd. We zagen hoe Verhaegh verdienstelijk debuteerde en hoe Cristiano Ronaldo het aan de stok kreeg met Martins Indi.
Het werd een vrij lange zit – zoals wel vaker met het Nederlands Elftal. Pas na de analyse van Louis van Gaal maakten Verhaegh en Ronaldo aanstalten op te stappen.
Al die tijd had mijn vriendin zwijgend zitten lezen.

Bij de deur schudden we elkaar de hand.
‘Moeten we vaker doen,’ zei Cristiano Ronaldo.
‘U kunt altijd bellen,’ zei Paul Verhaegh.
En terwijl Ronaldo wegholde om zijn trein te halen, gaf ik Paul Verhaegh een hand en bedankte hem voor z’n hulp. Even, heel kort, kneep hij in mijn hand, trok me naar zich toe en zei zacht: ‘Dus jij verdient je geld met flauwe stukjes over anderen?’
Daarna stapte hij op zijn snorfiets en reed de Utrechtse nacht in.