Een overkill aan festivals: de gevolgen

Situatie: De werkkamer van een HP-columniste. Boeken en bladen liggen in een willekeurige verzameling verspreid over de houten vloer. Het oplettende oog zal Remco Campert opmerken, Joseph Roth. De VPRO Gids. Maar ook: de nieuwste uitgave van Women’s Health. En paar ongeopende belastingaanslagen.

De columniste zit aan haar bureau te werken aan een nieuwe column. Ze draagt haar tweedelige pyjamapak en neemt een slok van de espresso die ze met een percolator gezet heeft. De cups die in het Nespresso-apparaat gaan, kan zij zich niet altijd permitteren. Het is half 11 in de ochtend, over een half uur moet de column zijn ingeleverd. Dan gaat haar telefoon.

Het is een vriendin die zij dagelijks spreekt, dus de columniste neemt niet op.
De hond, een kruising tussen een teckel en iets onduidelijks, vlijt als een kat langs haar been. Hij wil uitgelaten worden, maar dat kan pas na de deadline. De columniste opent met haar linkerhand de tuindeur naast haar bureau. De hond waggelt naar buiten.
De telefoon gaat opnieuw. Ze heeft haar blik nog op haar huisdier buiten in de tuin gericht, en neemt zonder te kijken wie er belt, haar telefoon op.

‘Met Kortz’, zegt zij. Sinds enige tijd neemt zij de telefoon op met haar achternaam. Dat geeft haar een volwassen gevoel over zichzelf.
‘Met Kortz?’ Sinds wanneer heten wij Kortz?’

De columniste herkent de stem van haar goede vriendin.

‘Waarom bel je?’, vraagt ze terwijl ze de eerste regels van haar column doorneemt.
‘Ik stoor je toch niet, Kortz?’

‘Je stoort.’
‘Wat ben je aan het doen dan? De krant aan het lezen in je pyjama?’

‘Ik heb een deadline. Wat is er?’
‘Je moet even kaarten kopen. Voor het Amsterdam Dance Event.’

‘Wanneer is dat?’
‘Oktober.’

‘Moet dat nu?’
‘Ja het heeft haast. Straks is alles weg.’

‘Vorig jaar waren er genoeg kaarten voor alles’, zegt de columniste en ze denkt aan vorig jaar. En aan vorig weekend. En het weekend ervoor. Ze kan zich in het nabije verleden geen weekend herinneren dat zij op zaterdagochtend op buienradar bekeek hoe de regen zich ging formeren. Om zich vervolgens in een afgeknipt spijkerbroekje te hijsen. Een ronde zonnebril op haar neus te zetten. Zonder zichzelf al te veel vragen te stellen, naar een Amsterdams natuurgebied te fietsen. Niet om te recreëren. In de verte klonken de bassen.

Ieder weekend had de columniste tegenzin. Toch liet ze zich ieder weekend weer overhalen om naar een festival te gaan. Als iemand haar een vrije zaterdag zou geven, zou er waarschijnlijk geen raad meer mee weten.

‘Wie staan er dan?’ vraagt ze aan haar vriendin die ze op een toetsenbord hoort tikken.
‘We moeten naar Innervisions, we moeten Melon zien, John Talabot.’

‘Dat heb ik allemaal onlangs al gezien’, zucht de columniste.
‘We mogen dit niet missen’, zegt haar vriendin.

‘Ik heb een deadline’, zegt de columniste en ze hangt op.

Ze bekijkt haar agenda. 16-18 augustus gaat ze naar Lowlands. Het weekend daarna naar Dekmantel. Het weekend daarna weer naar binnen, naar Trouw. Het weekend daarna toch weer even naar buiten, naar Into The Great Wide Open op Vlieland. Daarna vertoont haar agenda heel veel weken een gat. De columniste schrikt daarvan. Ze bestelt snel kaartjes voor ADE. Direct wordt ze overmand door een veilig gevoel. Alles zal goedkomen.