De slechte invloed van Andy van der Meijde

Lieve Andy, 

2013 was toch wel een beetje het jaar van Andy van der Meijde. Iedereen had het opeens over je. Op gewone avonden, als mijn vrienden en ik goede gesprekken voerden, werd jij opeens geciteerd. Er bestonden geen conversaties meer zonder dat een aantal van mijn vrienden even bij jou stil wilde staan. Dan ging het over Andy in de stripclub, Andy met drugs in zijn neus, Andy dit en Andy dat. Zelf was ik op dat moment net bezig in de biografie van Zlatan, en ik geloofde niet dat er iets beters bestond dan de biografie van Zlatan.

Vanwege wie Zlatan is en omdat niets in Nederland niet overtroffen wordt door iets buitenlands. Niemand haalt het in zijn hoofd Caro Emorald te draaien, als hij ook, zeg, Amy Winehouse kan opzetten. Precies om die reden heb ik jouw boek nooit gelezen. Dat is flauw, en daar ben ik me bewust van. Ik geloof namelijk graag dat je boek de moeite waard is.

Het heeft een mooi uitgangspunt. Je was geen bijzondere voetballer. Over je carrière zijn weinig boeiende bladzijdes te vullen. Het was het leven daarnaast dat je leidde, dat ons doet smullen. Ik hoef jou nu niet op te sommen hoe dat leven er uitzag, het was jouw leven en ik weet het niet precies want ik heb je boek dus niet gelezen.

Je hebt afscheid moeten nemen van dat leven, maar toch gaf het me hoop. Dat je als gemankeerd talent altijd nog aan de drugs kan gaan. Kan leven als een ster. En dan mag vallen. Om vervolgens met jezelf in het reine te komen en er een boek over te schrijven. En dan alsnog succes te oogsten. Het zal niet alleen voor mij, maar voor veel andere jonge schrijvers een troost zijn. Onder ons bestaan veel gemankeerde talenten. En ook in onze wereld bestaan er veel verleidingen. Het is niet ongewoon dat ik op een doordeweekse ochtend mijn column aan het schrijven ben en ik berichten ontvang van schrijversvrienden die nog dronken zijn van de vorige avond, schrijversvrienden die nog aan het drinken zijn, of schrijversvrienden die zelfs zwaardere middelen hebben ingezet.

Ik schrijf mijn column en ik doe mijn best jaloerse gevoelens te onderdrukken. Ik ben 27. Op je 27e hoor je hard te leven. ’s Ochtends een column schrijven is niet wat je noemt hard leven. Maar zou ik me overgeven aan dat harde leven, dan zou ik voor je het weet in de goot belanden. Mijn werk kwijt zijn. Door jou, lieve Andy, weet ik nu dat dat mag.

De mogelijkheid van de biografie biedt hoop. Het is een gevaarlijke gedachte. Een verleiding die ik zo lang mogelijk parkeer. Maar steeds aantrekkelijker wordt. Ik kan maar twee dingen bedenken die meer geluk opleveren dan een succesvolle biografie. Ten eerste: een gezond kind op de wereld zetten. Ik heb dat nog nooit gedaan, maar zo beeld ik me dat in. Ten tweede: een eigen realitysoap.

Jij krijgt je eigen realitysoap, lieve Andy. Mijn besluit staat nu vast. Zodra mijn brief naar jou af is, ga ik me naar mijn leeftijd gedragen. Me overgeven aan alle verleiding. We’re all in the gutter, but some of us are looking at the stars, schreef Oscar Wilde. Laat de goot maar komen.

Liefs,

OK