Mark Rutte en de generatie politici zonder zwaargewichten

De Nederlandse economie staat er beroerd voor en de wereld staat in brand. Toch hoeven wij van onze politici niet veel te verwachten, en van de premier nog het minst. Ondertussen kijkt het volk apathisch toe hoe een generatie politici zonder zwaargewichten zich van crisis naar crisis worstelt.

De jaren ’10 van de 21e eeuw vormen het perfecte decorum voor grote politici om op te staan. Het is crisis, de werkloosheid stijgt, de economie stagneert, het klimaat verandert (dat is heus niet gestopt in 2010), Europa wordt opnieuw vormgegeven en de globale machtsbalans blijft verder naar het Oosten schuiven. Er gebeurt dus nogal wat. Maar niemand geeft thuis.

Het volk kijkt murw geslagen naar een generatie politici die niet lijkt te beseffen dat er grote daden vereist zijn. Een generatie —toch zeker niet zonder trots en ambitie— die niet lijkt op te merken dat eeuwige roem klaarligt voor de eerste vinder.

Politieke armoede
Dat is niet alleen jammer, maar ondergraaft ook de democratische beleving. Democratie —vergeef mij het cliché— moet gedragen worden door het volk. De minimumvoorwaarde daarvoor is dat het volk iets, werkelijk maar een beetje, durft te verwachten van de politiek. Naar wie kunnen we kijken? Wie is markant genoeg en heeft voldoende visie om interesse op te wekken?

Buma? Zit waarschijnlijk ergens te ‘herbronnen’. Zijlstra? Bepaald geen Gerrit Zalm, zeker geen Bolkestein. Samsom? Schurkt te veel tegen het kabinet aan voor een interessante visie. Pechtold/Wilders was enige tijd goed voor vuurwerk, maar niemand kijkt meer op van Wilders en D66 is ideologisch zwak, vooral pragmatisch en zit niet verlegen om dedain. Roemer dan? Een jolige schoolmeester die ‘leuk gevonden worden’ boven ‘orde houden’ lijkt te stellen. En die meneer van GroenLinks kunt u waarschijnlijk niet eens oplepelen uit de krochten van uw geest. Chapeau als u Bram van Ojik paraat had.
En dan de premier. Zwaargewicht per definitie.

Mark Rutte en de langzame dood van de democratie
Mark Rutte was een verademing na Balkenende. Open, modern en goedlachs. Hier konden we verder mee. Maar sindsdien hebben we zo bar weinig van Mark gehoord. Geen meeslepende speeches. Nooit een visie, nimmer een droom. Verzin iets, neem het land op sleeptouw! Waar kunnen we goed in worden? Wat doen ze nog nergens anders waar wij rijk mee kunnen worden? Waarom zijn wij speciaal? Hoe komen wij uit deze verdomde crisis?!

Niets dan krekels. Oorverdovend krekelgeluid. Rutte spreekt het volk slechts toe als de Oranjes van baantje wisselen. De crisis wordt bezworen met naïef optimisme, bezuinigingen en hier en daar een stimulatiepakketje. “Wij willen visie! Wij eisen visie!”. Nee, was dat maar waar. We vragen niets. De Nederlander interesseert het niet meer. Daar profiteert de stille, saaie generatie politici van. Een giftige cocktail van volkse apathie en politieke onkunde.