De 7 grootste camping-ergernissen

Zelfs op de beste, mooiste, schoonste camping kun je je gemakkelijk groen en geel ergeren. Bijvoorbeeld aan één van deze zeven dingen: 

1. Je hoort alles
Andere mensen zijn dichtbij. Dat is gezellig, voor de kinderen vooral. En voor jezelf soms. Maar ze zijn wel érg dichtbij. Je hoort je buurman uitvallen tegen zijn kinderen, je hoort de baby van de mensen op het veldje achter je huilen (als je eigen baby net even stil is). Je hoort ze koken, plassen, opruimen, eten, drinken, een spelletje spelen, snurken. Woord voor woord kun je het gesprek van de mensen naast je volgen – niet altijd een interessant gesprek. Na een paar dagen valt bijvoorbeeld op dat de vrouw van het stel naast jullie tent eigenlijk altijd het woord heeft en haar man nooit iets terugzegt.
Je weet, als andere mensen zo dichtbij staan, meteen allerlei dingen over hun relatie.

2. Andere mensen horen jou dus ook
Nog irritanter dan de anderen de hele tijd horen, is ze niét horen. Want dan hebben zij hun kinderen blijkbaar zo goed afgesteld dat ze nooit hun stem hoeven te verheffen, zijn ze allemaal van hun ultieme rust aan het genieten en moet je zelf op je tenen lopen en fluisteren met elkaar. Probeer maar eens stil te zijn met een gezin van vijf. Dat lukt dus niet. De kinderen praten veel te hard, wij allemaal trouwens, soms.
Als je het gevoel hebt dat vreemde mensen je kunnen horen, kun je nooit meer even rustig een kind streng toespreken of ruzie maken. Of plezier maken, zingen, hard lachen. Je kan dan alleen nog maar met z’n allen ongemakkelijk in een we-moeten-stil-zijn-kramp zitten en ‘ssst!’ sissen.

3. Ze willen vriendinnen worden
De eerste keer bij de speeltuin zei ik alleen gedag en liep snel weg. De tweede keer stonden we in de rij bij de receptie en kon ik niet om een klein gesprekje heen. De derde keer dat ik haar zag, regende het buiten en gingen we op dezelfde plek schuilen. Omdat onze kinderen met elkaar begonnen te spelen, kon ik niet meer weg. En toen greep ze haar kans schoon: om haar hele vakantie en ook meteen maar haar hele levensverhaal aan me te vertellen. Na drie kwartier wist ik álles over haar man, geloofsovertuigingen, beroep, gezondheid, kinderen, winkelvoorkeuren, haar camper. Ze had me zelfs foto’s laten zien ter illustratie van de verhalen. De rest van de tijd dat we op die camping stonden, verstopte ik me achter een boom als ze er aan kwam.

4. Wc-rol
Oké, toch wel gewoon irritant: met een wc-rol onder je arm naar de wc. Hoe mooier en rustiger en groener de Franse camping is, des te groter is de kans dat je met die wc-rol onder je arm moet. De eerste drie keer is het grappig. De vierde tot en met de vierentwintigste keer vergeet je het. En je kinderen ook, wat ontzettend onhandig is. “Maaaaaam, er is geen wc papier!!!!!!”
“Nee, liefje, dat is er de hele week al niet, dat moet je dus zelf meenemen. Ik haal het wel weer voor je…”
Als man lijkt me dat nog irritanter: dan weet iedereen meteen dat je moet poepen als je met zo’n rol aankomt.

5. Nat
Als je je hele leven in een grote stad hebt gewoond, weet je niet zo heel goed hoe je met dauw moet omgaan. Dauw is iets mysterieus. Ik weet eigenlijk niet eens of het dauw heet. Maar er is dus water in de lucht, zo’n beetje vanaf het moment dat de zon onder gaat tot in de ochtend. De handdoek die de halve dag heeft liggen drogen in de zon, is meteen weer nat zodra de zon onder gaat. Je hoeft maar tien minuten te laat te zijn en hij is nat.
Door de dauw, of wat het ook is, is de binnenkant van de tent na een paar dagen ook vochtig, en alle schone kleren in je tas ook. Alles eigenlijk.
Regen is ook mysterieus, want je weet nooit wanneer het komt en het komt altijd als er kleren of handdoeken buiten liggen.
Kortom: na een week heb je geen droog stukje katoen meer over.

6. Nat II
Als het regent, komt dat om de een of andere manier altijd onder de tent door of door de tent heen, precies op de plek waar jouw kussen ligt of jouw slaapzak. De volgende keer probeer je er op te letten, en dan gebeurt het opnieuw want net nadat je alles naar binnen toe had geschoven, hebben de kinderen nog even ongezien de kussens helemaal naar de rand van de tent tegen het tentdoek aan geduwd.

7. Nat III
De tent opruimen is rotwerk. Hoe je het wendt of keert. Opzetten is tot daar aan toe, opruimen is verschrikkelijk: veel werk, vervelend soort werk. Hij past nooit precies in die zak. Hij is viezig. Je kunt het bovendien niet een avond van tevoren doen. Alleen op het moment dat je hebt gepland om weg te gaan en eigenlijk ook het liefst zo snel mogelijk weg wil. Op zo’n moment dat de kinderen zich vervelen. En op dat moment is de tent altijd nat. Van de regen of de dauw, of het gras. Dus pak je die vochtige tent in, met het voornemen hem later weer uit te pakken en te laten drogen. En dat is met stip het allervervelendste van kamperen: als je láter, terwijl je allang weer thuis bent, aan het werk, je het druk hebt en het bovendien gewoon regent in Nederland, en je er absoluut geen ruimte voor hebt, die tent nog moet schoonmaken en laten drogen.
Ik denk dat ik hem nat laat.